KNM Most Tested Terms: Quick Revision List
A high-impact KNM term list for fast revision before practice sessions and exam week.
This list covers the most frequently tested terms across all KNM categories. For each term, you will find a short explanation. Use this as a daily revision tool in the weeks leading up to your exam.
Healthcare (Gezondheidszorg)
- Huisarts — De huisarts is je eerste dokter; je gaat altijd eerst naar de huisarts voordat je naar een specialist gaat.
- Apotheek — De apotheek is waar je medicijnen ophaalt met een recept van de dokter.
- Zorgverzekering — Een verplichte verzekering die medische kosten dekt voor iedereen die in Nederland woont.
- Eigen risico — Het bedrag dat je zelf betaalt voordat de verzekering de kosten overneemt (385 euro per jaar in 2025).
- Basisverzekering — De verplichte basisverzekering die iedereen moet hebben; het pakket is voor alle verzekeraars gelijk.
- Zorgtoeslag — Een maandelijkse bijdrage van de overheid om je zorgpremie te helpen betalen als je inkomen laag is.
Work (Werk en Inkomen)
- Contract — Een schriftelijke overeenkomst tussen jou en je werkgever over je baan, salaris en werktijden.
- Salaris — Het geld dat je maandelijks ontvangt van je werkgever voor je werk.
- Bruto/Netto — Bruto is je salaris voor belasting; netto is wat je daadwerkelijk op je rekening krijgt.
- Sollicitatie — Het proces van het zoeken naar een baan: CV schrijven, brief sturen, en op gesprek gaan.
- UWV — De organisatie die uitkeringen regelt als je werkloos, ziek of arbeidsongeschikt wordt.
- WW-uitkering — Een tijdelijke uitkering als je onvrijwillig werkloos wordt, aangevraagd bij het UWV.
- KvK (Kamer van Koophandel) — Hier schrijf je je bedrijf in als je een eigen onderneming start.
- Vakantiedagen — Het minimum aantal betaalde vrije dagen per jaar; bij fulltime minimaal 20 dagen.
Government and Administration (Overheid)
- Gemeente — Het lokale bestuur waar je je inschrijft, een paspoort aanvraagt en waar je terecht kunt voor lokale zaken.
- DigiD — Je digitale identiteit waarmee je inlogt bij alle overheidswebsites en toeslagen aanvraagt.
- DUO — De organisatie die inburgeringsexamens regelt en studiefinanciering verstrekt.
- Belastingdienst — De Nederlandse belastingdienst die belastingen int en toeslagen uitkeert.
- Rijksoverheid — De landelijke overheid van Nederland, met informatie op rijksoverheid.nl.
- BSN (burgerservicenummer) — Je unieke persoonlijke nummer dat je nodig hebt voor alle officiële zaken in Nederland.
Housing (Wonen)
- Huurwoning — Een woning die je huurt van een woningcorporatie of particuliere verhuurder.
- Woningcorporatie — Een organisatie die sociale huurwoningen beheert en verhuurt aan mensen met een lager inkomen.
- Huurtoeslag — Een bijdrage van de Belastingdienst om je huur te helpen betalen als je inkomen laag is.
- Huurcontract — Het schriftelijke contract tussen jou en je verhuurder met alle afspraken over de huur.
- Servicekosten — Extra kosten bovenop de kale huur, bijvoorbeeld voor schoonmaak of onderhoud van gemeenschappelijke ruimtes.
Education (Onderwijs)
- Basisschool — De lagere school voor kinderen van 4 tot 12 jaar, van groep 1 tot en met groep 8.
- Middelbare school — De school na de basisschool, met niveaus VMBO, HAVO en VWO.
- Leerplicht — De wettelijke verplichting dat kinderen van 5 tot 16 jaar naar school moeten.
- MBO/HBO/WO — De drie niveaus van vervolgonderwijs: beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs, en wetenschappelijk onderwijs.
Other Important Terms
- BRP (Basisregistratie Personen) — Het bevolkingsregister van de gemeente waar al je persoonlijke gegevens staan.
- Inschrijving — De registratie bij de gemeente wanneer je in Nederland komt wonen; dit is verplicht.
How to Use This List
Take 10 terms each day and explain each in one simple sentence without looking at the answer. Repeat terms you found difficult the next day. In the final week before your KNM exam, go through the entire list once per day. Focus especially on terms that appear in multiple categories, such as Belastingdienst (taxes and toeslagen) and gemeente (registration and local services).
Related Guides
Keep learning
Frequently asked questions
Should I memorize only terms?
No. Memorize the terms but also understand how each one appears in practical situations. KNM questions describe real-life scenarios, so you need to connect the term to its context.
How should I revise this list?
Review in short sessions of 10-15 terms. For each term, try to explain it in one sentence without looking. Repeat daily in the week before your exam.
Related guides
Guide
How to Prepare for the Inburgering Exam: A Complete Guide
Everything you need to know about preparing for the Dutch inburgering exam, from understanding the 6 exam parts to building a study plan that works.
KNM
KNM Exam 2025 and 2026: What Changed, What to Study, How to Pass Fast
An up-to-date guide to the KNM exam in 2025 and 2026: what changed, what to study first, and how to pass with less stress.
Vocabulary
Best Way to Learn Dutch Words Fast at A2 Level
Use a practical method to remember Dutch A2 vocabulary faster and use words correctly in writing tasks.