Inburgering Coach
Gratis oefenexamen

Inburgeringsexamen B1 oefenen

Examen oefenen op B1-niveau? Hieronder staan oefenopdrachten voor lezen, schrijven en spreken in de vorm die het examen gebruikt, met het juiste antwoord, een voorbeeldantwoord en de tijd die je op de examendag krijgt.

8 leesvragen · 3 schrijfopdrachten · 8 spreekopdrachten · geen account nodig

Lezen oefenen: twee teksten, 8 vragen

Op het examen krijg je zes teksten met in totaal 35 of 36 meerkeuzevragen. Hieronder staan twee teksten van het soort en de lengte die je daar tegenkomt: een informatieve tekst en een nieuwsbericht. Ze zijn door ons geschreven, niet uit een echt examen overgenomen — dat mag niet, want die teksten zijn auteursrechtelijk beschermd. Lees de tekst eerst helemaal en kies daarna pas een antwoord. Na elke vraag zie je meteen waar het antwoord in de tekst staat.

Informatieve tekst

Werken met een tijdelijk contract

Veel mensen beginnen bij een nieuwe werkgever met een tijdelijk contract. Zo'n contract stopt vanzelf op de datum die erin staat; u hoeft zelf niets op te zeggen. Uw werkgever moet wél iets doen. Hij moet u op tijd een brief sturen waarin staat of u daarna mag blijven. Komt die brief te laat, dan heeft u recht op extra geld. Dat is ook zo als u gewoon mag blijven werken: het gaat er niet om of u blijft, maar of het bericht op tijd kwam.

Samira kwam daar pas achter toen het bijna misging. Zij werkte sinds 1 februari bij een drukkerij in Zwolle, met een contract van acht maanden. Haar brief kwam twee weken voor het einde, terwijl dat een maand van tevoren had gemoeten. Een collega zei tegen haar dat ze beter niets kon zeggen, want dan zou de baas haar misschien niet houden. Bij het Juridisch Loket hoorde ze iets anders: haar werkgever kon dat extra geld niet weigeren, en het had niets te maken met de vraag of ze mocht blijven. Samira bleef werken én kreeg het geld erbij.

Let ook op de proeftijd. In een kort contract mag die er niet in staan. Staat hij er toch in, dan geldt alleen die afspraak niet; de rest van het contract blijft gewoon staan.

De regels veranderen af en toe. Kijk daarom altijd op rijksoverheid.nl of vraag het na bij het Juridisch Loket.

1. Aan het einde van welke maand liep het contract van Samira af?

2. Bij wat voor bedrijf werkte Samira?

3. Hoe lang van tevoren kreeg Samira de brief van haar werkgever?

4. Wat raadde de collega van Samira haar aan?

Nieuwsbericht

Overal dertig, behalve langs de rand

De gemeente Meerdijk verlaagt vanaf 1 oktober de maximumsnelheid op bijna alle straten in de stad van vijftig naar dertig kilometer per uur. Alleen op de vier doorgaande wegen langs de rand van de stad blijft vijftig gelden.

Wethouder Van Dijk noemt niet het milieu als belangrijkste reden, maar de veiligheid. Volgens hem komt een voetganger die bij dertig kilometer per uur wordt aangereden er meestal zonder ernstig letsel vanaf, terwijl zo'n aanrijding bij vijftig veel vaker in het ziekenhuis eindigt.

Niet iedereen is blij. Een groep automobilisten verzamelde ruim tweeduizend handtekeningen tegen het plan; de ondertekenaars vrezen vooral langere reistijden. Uit een proef in de wijken Zuiderveld en Kloosterhof bleek echter dat een rit door de stad gemiddeld maar veertig seconden langer duurde. Wat tijdens die proef nog meer opviel: er werd minder vaak hard geremd en het verkeer liep gelijkmatiger door.

De ambulancedienst had eerst bezwaar, maar trok dat later in. Ambulances met zwaailicht mogen harder rijden en het verkeer loopt rustiger door, waardoor ze er juist makkelijker doorheen komen.

Toch waarschuwt verkeersonderzoeker Bakker de gemeente. Volgens haar helpt een lager bord alleen als de straat er ook anders uit gaat zien: smaller, met drempels of bomen. Waar de weg breed en recht blijft, rijden mensen gewoon door, zegt zij. De gemeente heeft daarom vijf miljoen euro apart gezet om straten aan te passen, verspreid over acht jaar.

1. Waarom trok de ambulancedienst haar bezwaar weer in?

2. Hoeveel handtekeningen verzamelde de groep automobilisten?

3. Hoe heet de verkeersonderzoeker die de gemeente waarschuwt?

4. In welke twee wijken deed de gemeente de proef?

Oefenvragen ter voorbereiding. Het echte examen boek en doe je bij DUO op inburgeren.nl.

Schrijven oefenen: drie opdrachten

Het schrijfexamen bestaat uit drie soorten opdrachten. Hieronder staan er drie: twee korte schrijftaken en een zinstaak. De derde soort, de deelschrijftaak — een kort bericht schrijven, een tekst aanvullen of een formulier invullen — staat er niet bij.

Schrijf je eigen tekst eerst helemaal af, zonder spellingcontrole, want die heb je op de examencomputer ook niet. Klap het voorbeeldantwoord pas daarna open. De opdrachten hieronder spreken je met 'u' aan; zo staan ze ook op het examen.

Korte schrijftaak — formele e-mail

Klacht over buslijn 45

U reist elke dag met buslijn 45 naar uw werk. De afgelopen maanden is de bus regelmatig te laat of verschijnt hij helemaal niet. U schrijft een e-mail aan het vervoersbedrijf RegioBus.

  • U schrijft naar welke buslijn uw klacht gaat.
  • U beschrijft het probleem. U noemt minimaal twee voorbeelden.
  • U schrijft welke gevolgen dit voor u heeft (denk aan: te laat op werk, lang wachten in de kou).
  • U vraagt het vervoersbedrijf om een oplossing. U noemt minimaal één suggestie.
  • U schrijft wat u verwacht van het vervoersbedrijf.

U mag de informatie zelf verzinnen. Het doel van de e-mail is het vervoersbedrijf ervan te overtuigen de dienstverlening op buslijn 45 te verbeteren.

Geachte heer/mevrouw,

… hier schrijf jij …

Met vriendelijke groet,

Bekijk het voorbeeldantwoord

Het voorbeeldantwoord is de hele e-mail, inclusief aanhef en afsluiting.

Geachte heer/mevrouw, ik schrijf u om een klacht in te dienen over buslijn 45. De afgelopen maanden is de dienstverlening op deze lijn sterk verslechterd. Vorige week is de bus van 07:45 uur drie keer niet gekomen. Afgelopen maandag stond ik bijna een half uur in de regen te wachten, waarna er twee bussen tegelijk kwamen. Door deze problemen kom ik regelmatig te laat op mijn werk, wat vervelende gevolgen heeft voor mijn werkrelatie. Ik zou graag willen voorstellen dat er extra bussen worden ingezet tijdens de spits. Daarnaast zou het helpen als er een betrouwbare app is waarmee reizigers actuele vertrektijden kunnen zien. Ik verwacht dat u mijn klacht serieus neemt en binnen twee weken met een reactie komt. Met vriendelijke groet.

Let op het vierde en vijfde punt. Een klacht die alleen maar klaagt en niets vraagt, doet niet wat de opdracht vraagt — en dan levert de hele opdracht nul punten op, hoe goed je Nederlands ook is.

Korte schrijftaak — bericht met een vriendelijke toon

Boekenruil in de buurt

U wilt een boekenruil organiseren in uw buurt. U schrijft een bericht voor het buurtbulletin.

  • Schrijf wat een boekenruil is en wanneer die plaatsvindt (bedenk een datum en tijd).
  • Schrijf waar de boekenruil is (bedenk een locatie).
  • Schrijf waarom een boekenruil een goed idee is (geef minimaal twee redenen).
  • Schrijf wat buurtbewoners moeten meenemen.
  • Schrijf hoe mensen zich kunnen opgeven.

Schrijf het bericht. Gebruik een vriendelijke toon.

Bekijk het voorbeeldantwoord

Beste buurtbewoners, op zaterdag 12 april organiseren wij een boekenruil in het buurthuis aan de Parklaan. Een boekenruil is een gezellige bijeenkomst waarbij u boeken die u al heeft gelezen, kunt ruilen voor boeken van andere buurtbewoners. De boekenruil begint om 14:00 uur en duurt tot 17:00 uur. Wij denken dat dit een goed idee is, omdat het een leuke manier is om nieuwe boeken te ontdekken zonder geld uit te geven. Bovendien is het een mooie gelegenheid om uw buren beter te leren kennen. Neem minimaal drie boeken mee die u wilt ruilen. De boeken mogen zowel Nederlands als anderstalig zijn. Wilt u meedoen? Stuur dan een e-mail naar boekenruil@buurt.nl of meld u aan bij de receptie van het buurthuis. Wij hopen veel buurtbewoners te mogen verwelkomen!

Vijf punten, dus vijf dingen die in je tekst moeten staan. Tel ze na voor je klaar bent: spelling levert hooguit één punt op, terwijl een vergeten punt je punten voor de opdracht zelf kost.

Zinstaak

Bestelling annuleren

U hebt drie weken geleden een stofzuiger besteld bij webshop Schoon & Fris. Het product is nog steeds niet geleverd. U stuurt een e-mail naar de klantenservice. Lees de e-mail hieronder. Er ontbreken één of twee zinnen in het midden. Schrijf de ontbrekende zinnen.

Geachte heer/mevrouw,

Op 5 februari heb ik een stofzuiger besteld via uw website. Het ordernummer is 78234. Ik heb het product echter nog steeds niet ontvangen.

… hier schrijf jij …

Ik verwacht binnen vijf werkdagen een reactie.

Met vriendelijke groet,

Bekijk het voorbeeldantwoord

Dit zijn alleen de ontbrekende zinnen, niet de hele e-mail.

Ik wil daarom mijn bestelling annuleren en mijn geld terugkrijgen. Kunt u mij laten weten hoe lang dat duurt?

Acht van de twaalf schrijfopdrachten op het examen zijn zinstaken zoals deze. Ze worden op twee ja/nee-punten nagekeken: heb je geantwoord op wat er gevraagd werd, en is de zin grammaticaal goed. Eén lange, mooie zin is dus niet beter dan twee korte die kloppen.

Meer over hoe het schrijfonderdeel werkt en wat de andere opdrachttypes zijn, staat op de pagina over schrijven en spreken oefenen.

Waar de beoordelaar op let

Bij schrijven telt niet alleen je Nederlands. Er zit een regel in de beoordeling die veel mensen pas na hun uitslag ontdekken, en die bepaalt hoe je je tijd het beste besteedt.

Een langere opdracht

Het uitvoeren van de opdracht levert nul tot drie punten op, grammatica nul tot twee. Spelling, samenhang en woordgebruik leveren elk nul of één punt op, en tellen alleen mee als de opdracht daarom vraagt — bij een formulier telt samenhang bijvoorbeeld nooit mee.

Doe je niet wat er gevraagd wordt, dan is de hele opdracht nul

Scoor je nul op 'heb je gedaan wat er gevraagd werd', dan levert die opdracht op geen enkel punt nog iets op — hoe goed je Nederlands ook is. Vandaar het advies hierboven: tel de punten van de opdracht na voor je aan mooie zinnen gaat werken.

Een zinstaak

Die wordt op twee ja/nee-punten nagekeken: heb je geantwoord op wat er gevraagd werd, en is de zin grammaticaal goed.

Slagen

Je punten worden omgerekend naar een score op de officiële schaal. Vanaf 500 ben je geslaagd voor dat onderdeel. Hoeveel goede antwoorden daarvoor nodig zijn, verschilt per examen, omdat examens in lengte en moeilijkheid verschillen.

Spreken oefenen: acht opdrachten met de klok

Spreken is het onderdeel waar de tijd het zwaarst weegt. Je hoort of leest een korte situatie en spreekt je antwoord in: 20 seconden bij een korte opdracht, 30 bij een langere. Voorbereidingstijd is er niet.

Zet daarom een timer en neem jezelf op met je telefoon. Dat voelt ongemakkelijk, en daar gaat het juist om. Weten wat je wilt zeggen is iets anders dan het binnen 20 seconden zeggen.

  1. 01 20 seconden

    U zoekt een nieuwe baan. U kunt kiezen: een baan op kantoor of een baan in een winkel. Welke baan kiest u? Vertel waarom.

    Wat erin moet: Zeg welke baan je kiest ('Ik kies…' of 'Ik wil liever…') en geef één reden met want of omdat.

  2. 02 20 seconden

    U werkt op een kantoor. Uw collega vraagt of u morgen voor haar kunt werken. Reageer op het verzoek van uw collega.

    Wat erin moet: Zeg ja of nee, verwijs naar wat je collega vroeg, en geef een reden.

  3. 03 20 seconden

    U vertelt een medestudent over een examen. U was te laat, want u had de bus gemist. Vertel wat er is gebeurd.

    Wat erin moet: Vertel in de verleden tijd wat er gebeurde, en gebruik 'ik had de bus gemist' voor wat daarvóór gebeurde.

  4. 04 20 seconden

    U belt naar een school. U wilt informatie over een cursus Nederlands. Vertel waarom u belt.

    Wat erin moet: Gebruik 'Ik bel om … te …', zeg duidelijk wat je wilt weten, en sluit beleefd af.

  5. 05 30 seconden

    Uw buurman wil een nieuwe baan zoeken, maar hij is bang om te veranderen. Geef hem advies. Geef twee redenen waarom hij een nieuwe baan zou moeten zoeken.

    Wat erin moet: Geef advies met 'je zou … moeten' — je buurman spreek je met 'je' aan — en noem twee redenen met want of omdat.

  6. 06 30 seconden

    U werkt op een kantoor. Een nieuwe collega vraagt hoe de koffiemachine werkt. Leg stap voor stap uit hoe hij koffie kan maken.

    Wat erin moet: Bouw het op met eerst, dan, daarna en ten slotte. Noem minstens drie stappen.

  7. 07 30 seconden

    In Nederland werken veel mensen parttime. Wat vindt u daarvan? Geef uw mening en geef twee redenen.

    Wat erin moet: Begin met 'Ik vind dat…' of 'Ik denk dat…' — let op het werkwoord achteraan — en geef twee redenen.

  8. 08 30 seconden

    U heeft een probleem op uw werk: de computer doet het niet en u heeft een deadline. Beschrijf het probleem en stel twee oplossingen voor.

    Wat erin moet: Beschrijf eerst het probleem, en stel daarna twee oplossingen voor met 'ik zou … kunnen' of 'om … te …'.

Luisteren en KNM

Voor luisteren hebben wij nog geen gratis oefening. We publiceren hier liever niets dan een oefening die niet op het examen lijkt. Wat je wel alvast moet weten: je krijgt ongeveer 37 tot 40 vragen bij drie tot vijf audiofragmenten en één tot drie videofragmenten. Op de dag zelf kunnen het er meer zijn; het CvTE houdt zelf een slag om de arm. Elk fragment wordt één keer afgespeeld. Per vraag krijg je ongeveer 25 seconden om de vraag en de antwoordopties te lezen. Een woordenboek mag niet mee. Op inburgeren.nl staan gratis oefenexamens van DUO, waarin je hoort hoe het examen echt klinkt.

KNM, het examen over de Nederlandse maatschappij, hoort niet bij het taalexamen maar is een apart examen. Er is één versie voor iedereen: geen A2- of B1-variant. Daar staat wél een volledige gratis oefentoets voor klaar — veertig KNM-oefenvragen over alle acht thema's, met het juiste antwoord en uitleg per vraag. Welke examens precies voor jou gelden, zie je in Mijn Inburgering of in je PIP.

Hoe ziet het examen op B1-niveau eruit?

Vier taalonderdelen, die je los van elkaar boekt en doet. KNM is een apart examen en staat hier niet bij. De cijfers hieronder komen van DUO en van het CvTE, de organisatie die dit examen maakt. Twee totalen hebben we zelf opgeteld: het CvTE noemt 8 + 8 spreekopdrachten en 8 + 2 + 2 schrijfopdrachten, maar schrijft de som er niet bij.

Lezen

110 minuten

6 teksten, 35 of 36 meerkeuzevragen

De teksten krijg je op papier en je mag erin schrijven; de vragen en de antwoordopties staan op het scherm. Eén woordenboek mag mee: het Van Dale Pocketwoordenboek NT2.

Luisteren

90 minuten

ongeveer 37 tot 40 vragen bij 3 tot 5 audiofragmenten en 1 tot 3 videofragmenten — op de dag zelf kunnen het er meer zijn

Elk fragment wordt één keer afgespeeld. Voordat je luistert, krijg je ongeveer 25 seconden per vraag om de vraag en de antwoordopties te lezen. Een woordenboek mag hier niet mee.

Schrijven

100 minuten

12 opdrachten: 8 zinstaken, 2 deelschrijftaken en 2 korte schrijftaken

Je typt je antwoord op de computer, en daar zit geen spellingcontrole op. Hetzelfde woordenboek als bij lezen is toegestaan.

Spreken

ongeveer 25 tot 30 minuten

16 opdrachten in 2 delen: 8 korte en 8 langere

Je krijgt 20 seconden spreektijd per korte opdracht en 30 seconden per langere. Voorbereidingstijd is er niet — die hoort bij Programma II (B2).

Je bent geslaagd voor een onderdeel bij een score van 500 of hoger. Zak je voor één onderdeel, dan boek je alleen dat onderdeel opnieuw — en betaal je opnieuw examengeld.

Moet jij A2 of B1 doen?

Dat kies je niet zelf. Je gemeente stelt samen met jou een Plan Inburgering en Participatie op, en daarin staat welke leerroute en welk niveau voor jou gelden. Weet je het niet zeker, vraag het dan na bij je gemeente of bij DUO. Oefenen op het verkeerde niveau is de snelste manier om weken te verliezen.

Eén ding schrijft bijna niemand ergens op, en dat scheelt veel zoekwerk: de taalexamens op B1- en B2-niveau heten ook wel het Staatsexamen Nederlands als tweede taal (NT2). Dat staat op de pagina van DUO zelf over de inhoud van de taalexamens. Bij het CvTE, dat het examen maakt, heet B1 Programma I en B2 Programma II. Je zoekt dus naar hetzelfde examen onder twee namen, en oefenmateriaal voor Programma I is oefenmateriaal voor jouw B1-examen.

Zit je op A2, of twijfel je nog? Doe dan eerst de gratis niveautest en de A2-oefeningen op het overzicht met gratis oefenexamens. Wil je verder met B1-grammatica, dan staan er nog veertien vragen op de pagina Staatsexamen NT2 oefenen, en het verschil tussen de twee niveaus staat uitgelegd in onze gids over A2 of B1.

Veelgestelde vragen

Hoe oefen ik voor het inburgeringsexamen op B1-niveau? +

Oefen per onderdeel, en oefen met opdrachten die de vorm van het examen hebben. Op deze pagina staan twee B1-leesteksten in examenvorm met vragen, drie schrijfopdrachten met een voorbeeldantwoord erbij, en acht spreekopdrachten met de tijd die je op de examendag krijgt. Doe eerst de leesoefening: daar zie je meteen waar je informatie mist. Werk de schrijfopdrachten daarna uit op papier of op de computer, en vergelijk je eigen tekst pas daarna met het voorbeeldantwoord.

Is dit oefenexamen gratis en heb ik een account nodig? +

Alles op deze pagina is gratis en je hoeft niet in te loggen. Je kunt de teksten, de opdrachten en de voorbeeldantwoorden gewoon lezen, en de leesoefening doe je direct in je browser. Een account heb je alleen nodig als je je eigen tekst wilt laten nakijken in de app.

Uit welke onderdelen bestaat het inburgeringsexamen op B1-niveau? +

Het taalexamen heeft vier onderdelen: lezen, luisteren, schrijven en spreken. Je boekt en doet ze los van elkaar. Daarnaast doe je meestal KNM, het examen over de Nederlandse maatschappij; dat hoort niet bij het taalexamen en heeft geen A2- of B1-versie. Welke examens precies voor jou gelden, zie je in Mijn Inburgering of in je PIP.

Is het B1-examen hetzelfde als het Staatsexamen NT2? +

Ja. Op de pagina van DUO over de inhoud van de taalexamens staat het zo: 'De taalexamens op niveau B1 en B2 noemen we ook wel het staatsexamen Nederlands als 2e taal (Nt2).' Bij het CvTE, dat die examens maakt, heet B1 Programma I en B2 Programma II. Bijna niemand schrijft dat ergens op, en dat zorgt voor verwarring. Het betekent dat je voor B1 gewoon het oefenmateriaal en de examenregels van Programma I kunt gebruiken.

Hoeveel vragen en hoeveel tijd krijg ik per onderdeel? +

Lezen: zes teksten met 35 of 36 meerkeuzevragen, 110 minuten. Luisteren: ongeveer 37 tot 40 vragen bij audio- en videofragmenten, 90 minuten. Schrijven: twaalf opdrachten, 100 minuten. Spreken: zestien opdrachten, ongeveer 25 tot 30 minuten. Bij spreken krijg je 20 seconden per korte opdracht en 30 seconden per langere opdracht.

Hoe wordt een schrijfopdracht beoordeeld? +

Een langere schrijfopdracht krijgt punten voor het uitvoeren van de opdracht (nul tot drie punten) en voor grammatica (nul tot twee punten). Spelling, samenhang en woordgebruik leveren elk nul of één punt op, en tellen alleen mee als de opdracht daarom vraagt. Belangrijk: haal je nul op 'heb je gedaan wat er gevraagd werd', dan levert die opdracht op geen enkel punt nog iets op — hoe goed je Nederlands verder ook is. Alle punten van de opdrachten samen worden omgerekend naar een score; 500 of hoger betekent geslaagd.

Mag ik een woordenboek gebruiken? +

Bij lezen en schrijven mag één woordenboek mee: het Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2). Andere woordenboeken mag je niet gebruiken. Bij luisteren mag geen woordenboek mee. Op de examencomputer zit geen spellingcontrole, dus je spelling wordt niet voor je verbeterd.

Moet ik A2 of B1 doen? +

Dat bepaal je niet zelf. Je gemeente stelt samen met jou een Plan Inburgering en Participatie (PIP) op, en daarin staat welke leerroute en welk niveau voor jou gelden. Weet je het niet zeker, vraag het dan na bij je gemeente of bij DUO op inburgeren.nl. Oefen ondertussen op het niveau dat in je PIP staat: B1-stof doen terwijl je A2 moet halen kost weken, en andersom ook.

Laat je eigen tekst nakijken

Deze pagina laat je een voorbeeldantwoord zien. In de app schrijf je je eigen tekst en krijg je er meteen verbeteringen op. Voor spreken, lezen en KNM werkt het net zo. Beginnen is gratis.