Lezen en grammatica oefenen
Lezen en grammatica oefenen voor de inburgering? Hieronder staan 28 oefenvragen op A2- en B1-niveau. Kies een set, beantwoord de vragen en zie na elke vraag het juiste antwoord met uitleg. Aan het eind krijg je je score. Geen account nodig.
28 oefenvragen in 3 sets · directe uitleg · gratis
Je oefentoets is klaar
Lezen en grammatica leer je door te blijven oefenen. Kies hierboven een andere set, of doe deze opnieuw — de uitleg bij de vragen die je fout had, is waar je winst zit.
Oefenvragen ter voorbereiding. Boek het officiële examen via DUO (inburgeren.nl).
Wat oefen je hier?
Lezen en grammatica zijn op het inburgeringsexamen niet twee losse dingen. Bij het leesonderdeel krijg je korte Nederlandse teksten — een brief van de gemeente, een mededeling op het werk, een advertentie — en moet je er de juiste informatie uit halen. Of dat lukt, hangt bijna altijd af van of je de grammaticale signalen herkent: welk lidwoord ergens staat, welk voorzetsel, waar het werkwoord staat, welk verbindingswoord twee zinnen aan elkaar knoopt. Wie die signalen snel leest, leest de tekst snel. Daarom staan de lees- en grammaticaoefeningen hier bij elkaar.
Grammatica A2
Op A2-niveau gaat het om de basis, en die basis is kleiner dan mensen denken. Deze set raakt de onderwerpen die op het examen het vaakst fout gaan:
- Werkwoordstijden — de tegenwoordige tijd (ik werk, hij werkt, wij werken) en de voltooide tijd (ik heb geleerd).
- Woordvolgorde — de persoonsvorm op plaats twee, en waar bijwoorden als 'altijd' en 'vaak' staan.
- Lidwoorden — wanneer je 'de' of 'het' gebruikt. Nederlandse zelfstandige naamwoorden zijn óf een de-woord óf een het-woord; dat leer je het snelst door het lidwoord samen met het woord te onthouden.
- Ontkenning en hulpwerkwoorden — 'geen' versus 'niet', de modale werkwoorden (kunnen, moeten, mogen, willen) en de vaste combinaties van werkwoord en voorzetsel, zoals 'wachten op'.
Lezen A2
Bij lezen op A2-niveau lees je korte, alledaagse teksten: brieven, e-mails, mededelingen en advertenties. Je moet de hoofdlijn begrijpen en de juiste informatie eruit halen. De vragen in deze set zijn korte begrip- en gebruiksvragen — losse taalgebruikvragen, geen leestekst met vragen erover — omdat het precies die signalen zijn waarop je een echte tekst ontcijfert. Scheidbare werkwoorden ('ik bel je morgen niet op'), voorzetsels bij dagen ('op maandag') en het verschil tussen 'want' en 'omdat' komen allemaal terug in de teksten die je op het examen krijgt.
Lezen en grammatica B1
B1 ligt een stap boven A2: de teksten zijn langer, de zinnen zijn complexer, en je moet niet alleen de hoofdlijn maar ook de details en de verbanden begrijpen — oorzaak en gevolg, tegenstelling, gelijktijdigheid. Grammaticaal komt daar het volgende bij:
- Bijzinnen — na een onderschikkend voegwoord (omdat, terwijl, hoewel, dat) schuift het werkwoord naar het einde: 'Ik blijf thuis omdat het regent.' Dit is de lastigste én de belangrijkste regel op B1.
- De verleden tijd (imperfectum) — stam + -te(n) of -de(n), waarbij 't kofschip bepaalt welke van de twee.
- Betrekkelijke voornaamwoorden — 'die' bij de-woorden, 'dat' bij het-woorden.
- De lijdende vorm — 'worden' + voltooid deelwoord voor iets wat nog gebeurt ('het pakket wordt bezorgd'), 'zijn' voor iets wat af is ('het pakket is bezorgd'). Het verschil bepaalt wie wat doet, en dat is precies wat een leesvraag test.
- Signaalwoorden — daarom (gevolg), bovendien (toevoeging), echter (tegenstelling), namelijk (uitleg). Eén zo'n woord kan de betekenis van een hele alinea kantelen.
Deze B1-grammatica is dezelfde basis die je nodig hebt voor het staatsexamen NT2 Programma I en voor inburgering op B1-niveau. Twijfel je of je op A2 of B1 zit? Doe eerst de gratis niveautest.
Hoe haal je er het meeste uit?
Eén oefentoets is een momentopname. De score zegt weinig; de uitleg bij de vragen die je fout had zegt alles. Lees die uitleg dus echt, en doe de set een paar dagen later nog eens — als je dan dezelfde vraag weer fout hebt, weet je precies welke regel nog niet zit. Haal je consequent het grootste deel goed én kun je uitleggen waaróm een antwoord klopt, dan zit je op de goede weg.
Combineer dit daarnaast met de andere onderdelen: de gratis schrijfcheck laat je dezelfde grammatica actief gebruiken in plaats van herkennen, en dat is wat het schrijf- en spreekonderdeel van je vragen. Het KNM-oefenexamen dekt het vijfde onderdeel. Het officiële examen boek je bij DUO op inburgeren.nl, waar ook de officiële oefenexamens staan.
Veelgestelde vragen
Wat moet ik kunnen voor het onderdeel lezen op A2-niveau? +
Bij lezen op A2-niveau lees je korte, alledaagse teksten zoals brieven, e-mails, mededelingen en advertenties. Je moet de hoofdlijn begrijpen en de juiste informatie eruit halen. Veel van dat leeswerk draait om grammaticale signalen — lidwoorden, voorzetsels, woordvolgorde — en die signalen train je met de korte begrip- en gebruiksvragen in de A2-sets hierboven. Het zijn losse taalgebruikvragen, geen leestekst met vragen erover.
Wat moet je kunnen voor lezen op B1-niveau? +
Op B1-niveau lees je teksten over alledaagse en werkgerelateerde onderwerpen: brieven, e-mails, advertenties, nieuwsberichten en instructies. Je begrijpt de hoofdlijn én de details, en je herkent verbanden zoals oorzaak-gevolg en tegenstelling. Veel van het leeswerk draait om grammaticale signalen — verbindingswoorden, betrekkelijke voornaamwoorden, de lijdende vorm — die de B1-set stuk voor stuk traint. B1-lezen heb je nodig voor het staatsexamen NT2 Programma I en voor inburgering op B1-niveau.
Welke grammatica moet ik kennen voor het A2-inburgeringsexamen? +
Op A2-niveau gaat het om de basis: de tegenwoordige tijd (ik werk, hij werkt, wij werken), de voltooide tijd (ik heb geleerd), woordvolgorde (de persoonsvorm op plaats 2), lidwoorden (de/het), 'geen' versus 'niet', modale werkwoorden (kunnen, moeten, mogen, willen), voorzetsels en eenvoudige verbindingswoorden zoals want, omdat en dat.
Wat is het verschil tussen A2- en B1-grammatica? +
Op A2 oefen je vooral basiszinnen, lidwoorden en de tegenwoordige tijd. Op B1 komen langere, samengestelde zinnen erbij: bijzinnen met het werkwoord achteraan, de verleden tijd (imperfectum), betrekkelijke voornaamwoorden met die en dat, de lijdende vorm (worden + voltooid deelwoord) en het correct verbinden van zinnen met voegwoorden en signaalwoorden zoals daarom en echter.
Waarom gaat het werkwoord in een bijzin naar het einde? +
Na een onderschikkend voegwoord (omdat, terwijl, hoewel, dat) verandert de woordvolgorde: het werkwoord schuift naar het einde van de bijzin. Bijvoorbeeld: 'Ik blijf thuis omdat het regent.' Dit is een van de lastigste maar belangrijkste regels op B1, en het is meteen het snelste signaal of iemand op A2 of op B1 zit.
Hoe oefen ik woordvolgorde in het Nederlands? +
De belangrijkste regel: in een hoofdzin staat het werkwoord altijd op de tweede plaats. Begin je met een tijdsbepaling, dan komt het onderwerp na het werkwoord: 'Morgen werk ik thuis.' Bijwoorden van frequentie (altijd, vaak, soms, nooit) komen na het werkwoord. Doe de A2-grammaticaset hierboven om dit met directe feedback te trainen.
Wat is het verschil tussen 'de' en 'het'? +
Nederlandse zelfstandige naamwoorden zijn óf de-woorden óf het-woorden. De meeste woorden zijn de-woorden (de tafel, de stoel, de tuin), maar een deel is een het-woord (het huis). Bij meervoud gebruik je altijd 'de' (de kinderen). Welk lidwoord een woord heeft, leer je het beste door het samen met het woord te onthouden.
Helpt grammatica oefenen bij beter lezen? +
Ja, en dat is precies waarom lezen en grammatica op deze pagina bij elkaar staan. Veel leesvragen toetsen of je grammaticale signalen herkent: een verbindingswoord als 'hoewel' of 'daarom' verandert de betekenis van een zin, en de lijdende vorm bepaalt wie iets doet. Wie die signalen snel leest, begrijpt de tekst sneller.
Is deze oefening gratis en heb ik een account nodig? +
De oefentoetsen zijn gratis en je hebt geen account nodig. Je beantwoordt de vragen direct in je browser, krijgt na elke vraag het juiste antwoord met uitleg, en aan het eind je score. Een account maak je alleen aan als je verder wilt oefenen in de app.
Is deze oefentoets hetzelfde als het echte inburgeringsexamen? +
Nee, dit zijn oefenvragen om je lezen en grammatica te trainen, niet de officiële examenvragen. Het echte inburgeringsexamen boek je via DUO op inburgeren.nl, waar ook de officiële oefenexamens staan die de vorm van het echte examen nabootsen. Goed oefenen met deze stof helpt je wel om beter voorbereid te zijn.
Waar boek ik het echte inburgeringsexamen? +
Het officiële inburgeringsexamen boek je via DUO op inburgeren.nl. Elk onderdeel — schrijven, lezen, luisteren, spreken en KNM — boek en doe je apart. Deze pagina is alleen bedoeld om te oefenen.
Oefen verder in de app
Oefen alle A2- en B1-grammatica met uitleg op maat, plus lezen, schrijven en spreken met directe AI-feedback. Gratis om te beginnen.