Inburgering Coach
Gratis oefentoets

KNM oefenexamen

KNM examen oefenen? Doe hieronder de gratis oefentoets over de Nederlandse maatschappij. Je krijgt na elke vraag het juiste antwoord met uitleg, en aan het eind je score.

40 meerkeuzevragen · geen account nodig

Vraag 1 van 40 Score: 0

Oefenvragen ter voorbereiding. Boek het officiële examen via DUO (inburgeren.nl).

Alle 40 vragen met antwoord en uitleg

Liever lezen dan klikken? Hieronder staan dezelfde 40 oefenvragen op een rij, met het juiste antwoord en waarom het juist is.

  1. 1. Wie bel je bij acuut levensgevaar, bijvoorbeeld bij brand of als iemand dringend medische hulp nodig heeft — het alarmnummer?

    • De huisarts
    • 112
    • De apotheek
    • Het consultatiebureau

    Het alarmnummer in Nederland is 112. Je belt dit bij een levensbedreigende situatie, bijvoorbeeld bij brand.

  2. 2. Wat heb je bij de apotheek nodig voor medicijnen die niet vrij verkrijgbaar zijn, dus geen zelfzorgmedicijnen?

    • Je DigiD
    • Een recept van een arts
    • Je BSN
    • Alleen je zorgverzekeringspas

    Medicijnen op recept krijg je alleen met een recept van een arts. Deze medicijnen koop je bij de apotheek.

  3. 3. Voor welke onderwerpen kun je terecht bij het consultatiebureau?

    • Het geeft juridisch advies bij huurcontracten en schulden
    • Het volgt de gezondheid van baby's en jonge kinderen
    • Het helpt bij het vinden van een woning
    • Het verstrekt een werkloosheidsuitkering

    Het consultatiebureau volgt de gezondheid en ontwikkeling van baby's en jonge kinderen. Hier krijgt je kind ook vaccinaties tegen kinderziekten.

  4. 4. Mag een arts in Nederland euthanasie toepassen?

    • Nee, het is altijd verboden
    • Ja, dat mag iedereen op elk moment aanvragen
    • Ja, dat mag bij voorwaarden zoals ondraaglijk lijden
    • Nee, dat mag alleen bij mensen die al 80 jaar of ouder zijn

    Een arts mag euthanasie in Nederland alleen in bijzondere gevallen toepassen: de patiënt moet er zelf om vragen, en de arts moet overtuigd zijn van ondraaglijk lijden zonder uitzicht op verbetering.

  5. 5. Wanneer kun je overstappen naar een andere zorgverzekeraar?

    • Op elk moment in het jaar
    • Alleen bij verhuizing naar een nieuwe stad
    • Vóór 1 januari
    • Alleen na een periode van 5 jaar

    Je kunt overstappen naar een andere zorgverzekeraar; zeg je huidige verzekering dan vóór 1 januari op. Zorgverzekeraars zijn wettelijk verplicht je te accepteren voor de basisverzekering.

  6. 6. Wat is het verschil tussen het brutosalaris en het nettosalaris?

    • Het brutosalaris is het bedrag dat je op je rekening ontvangt, het nettosalaris is vóór belastingaftrek
    • Het brutosalaris en het nettosalaris zijn hetzelfde bedrag
    • Het brutosalaris is vóór belastingaftrek, het nettosalaris ontvang je op je rekening
    • Het nettosalaris is altijd hoger dan het brutosalaris

    Het brutosalaris is het bedrag waarover je werkgever belasting en premies betaalt. Wat daarna overblijft, is het nettosalaris: dat krijg je op je rekening.

  7. 7. Welke documenten heb je meestal nodig om te reageren op een vacature?

    • Een zorgpas en een paspoort
    • Een sollicitatiebrief en een cv
    • Een DigiD en een BSN-nummer
    • Een rijbewijs en een schooldiploma

    Als je reageert op een vacature, stuur je een sollicitatiebrief (ook wel motivatiebrief genoemd) en een CV (curriculum vitae) mee.

  8. 8. Waar vraag je een WW-uitkering aan?

    • Bij de gemeente
    • Bij het UWV
    • Bij de Belastingdienst
    • Bij de SVB

    Je controleert bij het UWV of je recht hebt op een WW-uitkering en vraagt hem daar ook aan.

  9. 9. Wat betekent het begrip wettelijk minimumloon?

    • Het hoogste salaris dat een werkgever mag betalen
    • Het laagste bedrag dat een werkgever minimaal moet betalen
    • Een bonus aan het einde van het jaar
    • Het salaris dat de vakbond vaststelt

    Het wettelijk minimumloon is het laagste loon dat een werkgever volgens de wet moet betalen. Voor werknemers jonger dan 21 jaar geldt het minimumjeugdloon.

  10. 10. Wat is vakantiegeld?

    • Een bedrag dat je betaalt voor een reis
    • Minstens 8% van je bruto jaarloon
    • Een belastingteruggave van de Belastingdienst
    • Extra loon voor werken tijdens feestdagen

    Vakantiegeld is minstens 8% van je bruto jaarloon (het loon). Je werkgever betaalt het minstens één keer per jaar uit, meestal in mei of juni.

  11. 11. Waar gebruik je je DigiD voor?

    • Om je te identificeren aan de balie van de gemeente
    • Om in te loggen bij overheidswebsites
    • Om een bankrekening te openen
    • Om te solliciteren naar een baan

    Met DigiD laat je op internet veilig zien wie je bent, bijvoorbeeld bij ministeries en gemeenten.

  12. 12. Bij welke instantie vraag je als huurder hulp aan bij het betalen van je huur?

    • Bij de gemeente
    • Bij het UWV
    • Bij Dienst Toeslagen
    • Bij de SVB

    Je vraagt huurtoeslag aan via Dienst Toeslagen. Deze dienst voert de toeslagen uit.

  13. 13. Waarvoor dient het BSN (burgerservicenummer)?

    • Een inlogcode voor overheidswebsites
    • Een persoonsnummer bij de overheid
    • Het nummer van je zorgverzekering
    • Het nummer van je bankrekening

    Het BSN bestaat uit 9 cijfers en is je eigen persoonsnummer voor contact met de overheid, bijvoorbeeld voor zorg of belastingen.

  14. 14. Welke organisatie behandelt aanvragen voor een verblijfsvergunning en voor naturalisatie (Nederlander worden)?

    • De gemeente
    • DUO
    • IND
    • Het UWV

    De IND beoordeelt alle verzoeken van mensen die in Nederland willen verblijven, en van mensen die Nederlander willen worden.

  15. 15. Welke organisatie verzorgt studiefinanciering in Nederland?

    • de SVB
    • COA
    • DUO
    • het UWV

    DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) is er voor studenten met vragen over studiefinanciering. Studenten in het mbo, op een hogeschool en universiteit kunnen dit krijgen.

  16. 16. Bij wie kun je terecht als je een huis wilt kopen?

    • De gemeente
    • Een makelaar
    • De woningcorporatie
    • Het UWV

    Een makelaar helpt je tijdens het hele aankoopproces van een huis.

  17. 17. Wanneer geldt een huurcontract als sociale huurwoning?

    • Een koopwoning
    • Huur met een maximale huurprijs
    • Particuliere huur zonder maximum
    • Studentenhuisvesting bij een universiteit

    Je huurt een sociale huurwoning als de kale huurprijs bij het ingaan van het huurcontract niet hoger was dan de liberalisatiegrens of middenhuurgrens.

  18. 18. Waar kun je een klacht indienen als je vindt dat je te veel betaalt voor je woning?

    • Bij de politie
    • Bij de Huurcommissie
    • Bij de Belastingdienst
    • Bij het UWV

    De Huurcommissie is een onpartijdige en onafhankelijke geschilbeslechter voor huurders en verhuurders. Zij helpt bijvoorbeeld bij een huurprijs die te hoog is.

  19. 19. Wat is een inboedelverzekering?

    • Verzekering voor de bouwconstructie (muren, dak, vloeren)
    • Verzekering voor je spullen in huis
    • Een verplichte verzekering van de gemeente
    • Verzekering voor je hypotheekbetalingen

    Schade aan het huis zelf valt onder de opstalverzekering, niet onder de inboedelverzekering. Het gaat bij een inboedelverzekering om je spullen in huis.

  20. 20. Wie is verantwoordelijk voor klein onderhoud in een huurwoning, zoals een nieuwe wc-bril of een leertje in de kraan?

    • De verhuurder
    • De woningcorporatie
    • De huurder
    • De gemeente

    Als huurder ben je verantwoordelijk voor het dagelijks onderhoud (klein onderhoud), zoals een nieuwe wc-bril of een leertje in de kraan. Groot onderhoud is voor de verhuurder.

  21. 21. Hoe oud moet een kind minimaal zijn voordat het in Nederland verplicht naar school gaat (de leerplicht)?

    • Vanaf 4 jaar
    • Vanaf 5 jaar
    • Vanaf 6 jaar
    • Vanaf 7 jaar

    Een kind mag al vanaf 4 jaar naar de basisschool, maar de leerplicht begint pas op 5 jaar.

  22. 22. Waartoe leidt HAVO op?

    • Naar het mbo
    • Naar het hbo
    • Direct naar de universiteit
    • Direct naar de arbeidsmarkt

    HAVO duurt 5 jaar en bereidt leerlingen voor op een studie in het HBO.

  23. 23. Wat is het verschil tussen openbaar onderwijs en bijzonder onderwijs?

    • Openbaar onderwijs is helemaal gratis, bijzonder onderwijs kost extra geld
    • Openbaar onderwijs gaat niet uit van een godsdienst, bijzonder onderwijs wel
    • Bijzonder onderwijs is alleen voor kinderen met een beperking
    • Openbaar onderwijs heeft over het algemeen een betere kwaliteit dan bijzonder onderwijs

    Openbaar onderwijs gaat niet uit van een godsdienst of levensovertuiging. Bijzonder onderwijs gaat wel uit van een godsdienst of levensovertuiging, bijvoorbeeld katholiek, protestants of islamitisch onderwijs.

  24. 24. Hoe lang duurt het VMBO?

    • 3 jaar
    • 4 jaar
    • 5 jaar
    • 6 jaar

    Het VMBO duurt 4 jaar, meestal van ongeveer 12 tot 16 jaar. Daarna gaan veel leerlingen verder naar het MBO.

  25. 25. Hoeveel leerjaren telt de Nederlandse basisschool?

    • Groep 1 tot en met groep 6 (6 jaar in totaal)
    • Groep 1 tot en met groep 8 (8 jaar in totaal)
    • Groep 1 tot en met groep 10 (10 jaar in totaal)
    • Groep 1 tot en met groep 4 (4 jaar in totaal)

    De Nederlandse basisschool bestaat uit groep 1 tot en met groep 8, acht leerjaren in totaal.

  26. 26. Is stemmen verplicht?

    • Ja, stemmen is verplicht voor alle inwoners.
    • Ja, stemmen is verplicht, maar alleen bij landelijke verkiezingen.
    • Nee, stemmen is niet verplicht.
    • Ja, stemmen is verplicht, maar alleen voor Nederlanders ouder dan 21 jaar.

    Stemmen is in Nederland niet verplicht.

  27. 27. Uit hoeveel zetels bestaat de Tweede Kamer op dit moment?

    • 75
    • 100
    • 150
    • 200

    De Tweede Kamer heeft 150 leden, gekozen door de bevolking, die samen met de regering wetten maakt.

  28. 28. Wat betekent de trias politica?

    • Drie politieke partijen die altijd samen regeren
    • De scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht
    • De drie onderwijsniveaus
    • De drie grootste steden van Nederland

    De trias politica verdeelt de macht in drie delen: wetten maken, wetten uitvoeren en rechtspreken.

  29. 29. Wie bestuurt de lokale overheid?

    • De minister-president
    • De burgemeester en de wethouders
    • De Commissaris van de Koning
    • Alleen de gemeenteraad

    De gemeente wordt geleid door de burgemeester en de wethouders. Samen vormen zij het college van burgemeester en wethouders.

  30. 30. Wat gebeurt er op Prinsjesdag in Nederland?

    • De dag waarop koning Willem-Alexander jarig is
    • De dag waarop de Koning de Troonrede voorleest
    • De dag waarop de verkiezingen worden gehouden
    • De dag waarop de Tweede Kamer in januari het nieuwe jaar opent

    Prinsjesdag valt op de derde dinsdag van september. Op die dag leest de Koning de Troonrede voor, met de belangrijkste plannen van de regering voor het komende jaar.

  31. 31. Welke Nederlandse feestdag markeert de dag waarop de Tweede Wereldoorlog in Nederland eindigde, en wanneer valt die?

    • Koningsdag, 27 april
    • Bevrijdingsdag, 5 mei
    • Dodenherdenking, 4 mei
    • Onafhankelijkheidsdag, 1 juli

    De Bevrijdingsdag is op 5 mei. Op deze dag viert Nederland de bevrijding van 1945.

  32. 32. Uit hoeveel provincies bestaat ons land?

    • 10
    • 11
    • 12
    • 14

    Nederland telt twaalf provincies, waaronder Groningen, Zeeland en Limburg.

  33. 33. Welke eeuw noemen we in de Nederlandse geschiedenis de Gouden Eeuw?

    • De 15e eeuw
    • De 16e eeuw
    • De 17e eeuw
    • De 18e eeuw

    De Gouden Eeuw valt samen met de 17e eeuw. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden maakte toen een bloeiperiode door op gebied van handel, wetenschap en kunsten.

  34. 34. Wat is ongeveer het inwonertal van Nederland?

    • Ongeveer 18 miljoen
    • Ongeveer 8 miljoen
    • Ongeveer 40 miljoen
    • Ongeveer 2 miljoen

    Nederland heeft op dit moment ruim 18 miljoen inwoners.

  35. 35. Welke kleuren heeft de Nederlandse vlag?

    • Rood, wit en blauw
    • Oranje, wit en blauw
    • Rood, wit en oranje
    • Oranje en blauw

    De vlag is rood, wit en blauw — drie horizontale banen. Oranje zit NIET in de vlag: dat is de kleur van het koningshuis (Oranje), daarom dragen mensen oranje op Koningsdag en wordt bij koninklijke gelegenheden een oranje wimpel boven de vlag gehesen.

  36. 36. Welke vier kernwaarden heeft de Nederlandse samenleving?

    • Geld, macht, roem en status
    • Vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en participatie
    • Religie, traditie, hiërarchie en gehoorzaamheid
    • Stiptheid, directheid, privacy en tolerantie

    De vier kernwaarden zijn vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en participatie.

  37. 37. Welk artikel van de Grondwet verbiedt discriminatie?

    • Artikel 5
    • Artikel 1
    • Artikel 10
    • Artikel 23

    Artikel 1 gaat over gelijke behandeling en het verbod op discriminatie.

  38. 38. Op welke datum viert Nederland het jaarlijkse kinderfeest Sinterklaas?

    • 25 december
    • 27 april
    • 5 december
    • 1 januari

    Sinterklaas wordt in Nederland gevierd op 5 december.

  39. 39. Hoe belangrijk is op tijd komen in de Nederlandse cultuur?

    • Niet belangrijk — mensen komen wanneer het uitkomt.
    • Heel belangrijk — Nederlanders verwachten dat je afspraken op tijd nakomt.
    • Alleen belangrijk op het werk, niet privé.
    • Alleen belangrijk bij doktersafspraken.

    Op tijd komen is in Nederland heel belangrijk, op het werk en privé — Nederlanders verwachten dat afspraken op tijd worden nagekomen.

  40. 40. Wat is de standaardmanier om iemand te begroeten in een professionele setting in Nederland?

    • Een buiging
    • Een handdruk
    • Drie kussen op de wang
    • Een omhelzing

    Een handdruk is de standaardgroet in een professionele of formele setting. Drie zoenen op de wang komt vaker voor bij vrienden en familie.

Wat is het KNM-examen?

KNM staat voor Kennis van de Nederlandse Maatschappij. Het is een van de vijf onderdelen van het inburgeringsexamen, en het enige onderdeel dat niet je Nederlands toetst maar je kennis van hoe Nederland werkt: waar je heen gaat als je ziek bent, wat er op je loonstrook staat, wie je huurtoeslag betaalt, hoe verkiezingen gaan en waarom een afspraak hier heilig is.

Het examen bestaat uit meerkeuzevragen, vaak met een korte film of foto erbij die een alledaagse situatie laat zien. Je krijgt dan de vraag wat je in die situatie doet, of wat er aan de hand is. Dat maakt KNM voor veel mensen het meest praktische onderdeel: het gaat over dingen die je in Nederland daadwerkelijk tegenkomt. Hieronder staat precies hoe het echte examen is opgebouwd.

KNM is ook het onderdeel waarop de meeste mensen het snelst winst boeken. De stof is eindig en goed af te bakenen, en anders dan spreken of schrijven kun je het puur met leren en herhalen halen — je hoeft er geen nieuwe vaardigheid voor op te bouwen. Zak je toch, dan zit dat bijna altijd in twee of drie onderwerpen die je nooit goed hebt doorgenomen. Die vind je het snelst met een oefentoets zoals die hierboven.

Hoe ziet het echte examen eruit?

Deze oefentoets wijkt op een paar punten af van het echte examen, en dat is expres: dan weet je vooraf waar het verschil zit, in plaats van dat het je op de examendag verrast.

  • 40 vragen, verdeeld over acht themablokken — dezelfde acht onderwerpen als hieronder, alleen in een andere volgorde.
  • Drie antwoorden per vraag (A, B, C), niet vier zoals in deze oefentoets. Op het echte examen heb je dus één afleider minder om uit te sluiten dan hierboven.
  • Elke vraag wordt voorgelezen, en bij de meeste hoort een foto van een alledaagse situatie. Je hoeft dus niet alleen te lezen.
  • Je maakt het examen op een computer, bij een examenlocatie van DUO. Het duurt 45 minuten.

Wil je vlak voor je boekt precies zo oefenen als op de dag zelf? DUO zet twee gratis proefexamens online, met dezelfde opzet en dezelfde foto's, op inburgeren.nl.

Hoe bereid je je voor op KNM?

De valkuil bij KNM is dat mensen alles even hard leren. Dat is zonde van je tijd: je kent de helft van deze onderwerpen al uit je eigen leven hier. De snelste route is daarom omgekeerd — eerst meten, dan pas leren.

  1. Doe eerst de oefentoets hierboven. Veertig vragen, ongeveer tien minuten. Je ziet meteen op welke onderwerpen je struikelt.
  2. Lees alleen die onderwerpen door. Klik het onderwerp aan waarop je fout ging en lees de studiegids ervan helemaal. Twee zwakke onderwerpen goed doornemen levert meer op dan alle acht half.
  3. Leer de termen, niet de zinnen. KNM zit vol woorden die je nergens anders tegenkomt: eigen risico, huurtoeslag, consultatiebureau, woningcorporatie, gemeentelijke basisadministratie. Wie die termen kent, herkent het juiste antwoord vaak al voordat hij de opties leest. De meest voorkomende termen op een rij helpen je die lijst sneller door te werken.
  4. Doe daarna het officiële DUO-oefenexamen. Op inburgeren.nl staat het oefenexamen van DUO zelf. Dat laat je de precieze vorm van het echte examen zien — inclusief de filmpjes — en is de laatste check voordat je boekt.

Herhaal de oefentoets een week later nog eens. Wat je dan nog steeds fout hebt, is wat je echt moet leren; de rest zat al goed. Het officiële KNM-examen boek en doe je via DUO op inburgeren.nl — deze pagina is voorbereiding, geen examen.

KNM is één van de vijf onderdelen. De oefenexamens voor de andere vier — plus de gratis niveautest die bepaalt of je op A2 of B1 zit — staan bij elkaar op het overzicht met gratis oefenexamens.

Veelgestelde vragen

Wat betekent KNM? +

KNM staat voor Kennis van de Nederlandse Maatschappij. Het is een van de vijf onderdelen van het inburgeringsexamen en het enige onderdeel dat niet je Nederlands toetst, maar je kennis van hoe Nederland werkt: zorg, werk, wonen, onderwijs, de overheid, politiek, geschiedenis en omgangsvormen.

Hoe ziet het KNM-examen eruit? +

Het examen duurt 45 minuten en bestaat uit 40 meerkeuzevragen met drie antwoorden (A, B, C), verdeeld over acht thema's. Elke vraag wordt voorgelezen en bij de meeste hoort een foto van een alledaagse situatie. Je maakt het op een computer bij DUO. Dit is de vorm sinds de wijziging van DUO op 1 juli 2025 — check bij twijfel de actuele situatie op inburgeren.nl, want DUO past de vorm soms aan.

Welke onderwerpen komen op het KNM-examen? +

Acht: gezondheidszorg, werk en inkomen, overheid en instanties, wonen, onderwijs, politiek en democratie, geschiedenis en aardrijkskunde, en normen, waarden en cultuur. De oefentoets op deze pagina trekt vragen uit alle acht; de volledige studiegids per onderwerp staat op /knm/.

Is deze oefentoets gratis en heb ik een account nodig? +

De oefentoets is gratis en werkt zonder account. Je beantwoordt de vragen direct in je browser, krijgt na elke vraag het juiste antwoord met uitleg, en aan het eind je score. Een gratis account maak je alleen aan als je verder wilt oefenen in de app.

Zijn dit de echte examenvragen? +

Nee. Dit zijn oefenvragen in de stijl van het echte examen, bedoeld om je kennis te testen en je zwakke onderwerpen te vinden. De officiële oefenexamens staan bij DUO op inburgeren.nl; die laten de precieze vorm van het echte examen zien, inclusief de filmpjes.

Hoe moeilijk is KNM vergeleken met de taalonderdelen? +

Voor de meeste mensen is KNM het onderdeel waarop het snelst winst te boeken valt. De stof is eindig en goed af te bakenen, en je haalt het met leren en herhalen — je hoeft er geen nieuwe vaardigheid voor op te bouwen, zoals bij spreken of schrijven. Wie zakt, zakt bijna altijd op twee of drie onderwerpen die nooit goed zijn doorgenomen.

Hoe kan ik het beste voor KNM leren? +

Meet eerst, leer daarna. Doe de oefentoets, kijk op welke onderwerpen je fout ging, en lees alleen die studiegidsen helemaal door. Leer daarbij vooral de termen — eigen risico, huurtoeslag, consultatiebureau, woningcorporatie — want wie de term kent, herkent het juiste antwoord vaak al voordat hij de opties leest. Herhaal de toets een week later om te zien wat echt is blijven hangen.

Waar boek ik het officiële KNM-examen? +

Via DUO op inburgeren.nl. Je boekt en doet elk onderdeel van het inburgeringsexamen apart, dus je kunt KNM alvast halen terwijl je nog aan de taalonderdelen werkt.

Oefen verder in de app

Oefen alle 8 KNM-onderwerpen met honderden vragen, plus schrijven en spreken met directe AI-feedback. Gratis om te beginnen.