Inburgering Coach
Gratis oefenen

Schrijven oefenen A2 en B1

Schrijven is een van de twee onderdelen van het inburgeringsexamen waarbij je zelf Nederlands maakt in plaats van herkent — en precies daarom een van de moeilijkste om alleen te oefenen. Hieronder staan zeven eigen oefenopdrachten voor A2 en B1, elk met een voorbeeldantwoord, en lees je waar de beoordelaars precies op letten. Onderaan de pagina staat ook het spreekonderdeel.

Hoe het schrijfonderdeel werkt

Bij het schrijfonderdeel van het inburgeringsexamen schrijf je zelf teksten in het Nederlands. A2 en B1 Programma I hebben verschillende officiële vormen. Gebruik de examengids en de links naar DUO of Staatsexamens Nt2 voor de actuele precieze details.

De opdrachten gaan over alledaagse situaties: een e-mail aan een vriend of een instantie, een berichtje, een notitie of het invullen van een formulier. Op B1 schrijf je langere en complexere teksten dan op A2, en moet je je taal beter aanpassen aan de situatie.

A2 of B1: wat is het verschil?

Kijk in Mijn Inburgering welk examen in jouw officiële plan staat. Kort gezegd:

  • A2 — korte, eenvoudige teksten over vertrouwde, alledaagse onderwerpen: een briefje, een korte e-mail, een formulier. Eenvoudige zinnen die kloppen zijn genoeg.
  • B1 — langere en samenhangende teksten waarin je je mening kunt geven en je toon kunt afstemmen op de ontvanger (formeel of informeel).

Schrijven (A2)

40 minuten

4 opdrachten

Je schrijft met pen op papier, niet op de computer. Een deel van de opdrachten is een kort formulier of briefje; DUO's eigen oefenexamen noemt geen apart woordenboek voor dit onderdeel.

Schrijven (B1)

100 minuten

12 opdrachten: 8 zinstaken, 2 deelschrijftaken en 2 korte schrijftaken

Je typt je antwoord op de computer, en daar zit geen spellingcontrole op. Hetzelfde woordenboek als bij lezen is toegestaan.

De beoordelaars van DUO lezen je teksten en kijken naar taakvolledigheid (heb je alles beantwoord wat gevraagd werd?), woordgebruik, grammatica en spelling. Verderop op deze pagina staat precies hoeveel punten elk daarvan oplevert en wat nul punten voor taakvolledigheid betekent.

Weet je niet of je op A2 of B1 zit? Doe eerst de gratis niveautest — een paar korte grammaticavragen geven een indicatie van je grammaticale kennis. De test beoordeelt niet je schrijf- of spreekvaardigheid.

Zeven schrijfopdrachten met voorbeeldantwoord

Hieronder staan zeven eigen oefenopdrachten uit onze eigen lesstof: vier op A2-niveau en drie op B1, elk met een voorbeeldantwoord. Schrijf je tekst eerst helemaal af en klap het voorbeeldantwoord pas daarna open. Oefen voor A2 met pen en papier. Oefen voor B1 door te typen zonder spellingcontrole, zoals op de examencomputer. De opdrachten hieronder spreken je met 'u' aan.

A2 Formele e-mail

Een kapot product terugsturen

U hebt vorige week een lamp besteld bij een webshop. De lamp is kapot aangekomen. U wilt de lamp terugsturen. U schrijft een e-mail aan de webshop.

  • Schrijf welk product u hebt besteld en wanneer.
  • Schrijf wat het probleem is.
  • Vraag of u een nieuw product of uw geld terug kunt krijgen.

Schrijf de e-mail in hele zinnen.

Beste meneer/mevrouw,

… hier schrijf jij …

Bekijk het voorbeeldantwoord

Beste meneer/mevrouw, ik heb vorige week een lamp besteld bij uw webshop. De lamp is kapot aangekomen. Kan ik een nieuw product of mijn geld terugkrijgen? Met vriendelijke groet.

Drie punten, dus drie dingen die in je tekst moeten staan — tel ze na voor je aan mooie zinnen gaat werken.

A2 Briefje met instructies

Instructies voor een collega

U werkt in een restaurant en gaat naar huis. Straks komt uw collega Ahmed. Hij moet een paar dingen doen.

Schrijf een briefje voor Ahmed. Vertel wat hij moet doen — schrijf drie dingen op, in hele zinnen.

Hallo Ahmed,

… hier schrijf jij …

Bekijk het voorbeeldantwoord

Hallo Ahmed, maak de tafels schoon. Bel de klant terug over de reservering. Zet de verwarming uit als je weggaat.

Drie instructies, geschreven als hele zinnen — geen los rijtje trefwoorden. 'Maak de tafels schoon' is de gebiedende wijs: het werkwoord vooraan, geen onderwerp.

A2 Formulier

Aangifte van een gestolen fiets

Uw fiets is gestolen. U gaat naar het politiebureau om aangifte te doen. U vult het aangifteformulier in. Sommige gegevens moet u zelf bedenken.

  • Uw voor- en achternaam, adres en telefoonnummer.
  • Wat voor fiets het is (kleur, merk).
  • Waar de fiets stond.
  • Wanneer de fiets is gestolen.
  • Of er getuigen zijn.

Vul het formulier in.

Bekijk het voorbeeldantwoord

Naam: Ahmed Hassan Adres: Parkweg 15, 2345 CD Utrecht Telefoonnummer: 06-98765432

Het is een zwarte fiets van het merk Gazelle. De fiets stond voor het station. De fiets is gisteren tussen 8:00 en 17:00 uur gestolen. Er zijn geen getuigen.

Dit is een formulier: dan telt samenhang niet mee, alleen of je hebt geantwoord, spelling en woordgebruik. Vul liever elk veld in dan dat je op mooie zinnen let.

A2 Informele e-mail

Hulp vragen bij een verhuizing

U gaat volgende maand verhuizen naar een nieuw huis. U hebt hulp nodig. U schrijft een e-mail aan uw vriend(in) Karim.

  • Schrijf dat u gaat verhuizen en wanneer.
  • Vraag of Karim u wil helpen.
  • Schrijf welke hulp u nodig hebt (bedenk dit zelf).

Schrijf de e-mail in hele zinnen.

Hoi Karim,

… hier schrijf jij …

Bekijk het voorbeeldantwoord

Hoi Karim, ik ga volgende maand verhuizen naar een nieuw huis. De verhuizing is op zaterdag 15 maart. Wil je mij helpen? Ik heb hulp nodig met het dragen van dozen en meubels. Groetjes!

Ook in een informele e-mail moet je alle punten noemen — een vriendelijke toon scheelt niets aan wat er beoordeeld wordt.

B1 Deelschrijftaak — formulier

Een klanttevredenheidsenquête invullen

U hebt een enquête ontvangen van uw supermarkt Albert Heijn. Schrijf bij elke vraag minimaal twee zinnen.

  • Hoe vaak u er boodschappen doet en waarom u voor deze supermarkt kiest.
  • Wat u van het assortiment vindt — mist u producten?
  • Hoe u de klantenservice beoordeelt, met een voorbeeld.
  • Suggesties om de winkel te verbeteren.
Bekijk het voorbeeldantwoord

Ik doe drie keer per week boodschappen bij Albert Heijn. Ik kies voor deze supermarkt omdat het dicht bij mijn huis is en de prijzen redelijk zijn.

Ik vind het assortiment over het algemeen goed. Ik mis wel meer biologische producten, vooral biologisch brood en zuivel.

De klantenservice is vriendelijk en behulpzaam. Vorige week hielp een medewerker mij om een product te vinden dat niet in het schap stond.

Ik zou graag willen dat er meer zelfscankassa's komen, zodat je sneller kunt afrekenen. Ook zou het fijn zijn als de winkel op zondag eerder open gaat.

Bij een formulier telt samenhang niet mee. Adequaatheid en grammatica worden wel beoordeeld; woordgebruik en spelling kunnen meetellen. Beantwoord de vier vragen in minstens twee zinnen per vraag, zoals deze oefening vraagt.

B1 Korte schrijftaak — klacht

Een klacht over een late, beschadigde levering

U hebt online een bank besteld bij meubelwinkel WoonGemak. De bank zou na twee weken worden geleverd, maar hij kwam pas na vier weken. Bovendien was de bank beschadigd.

  • Schrijf wanneer u de bank hebt besteld en wanneer hij is geleverd.
  • Beschrijf het probleem: te laat, en beschadigd.
  • Schrijf wat u van de winkel verwacht — minimaal twee oplossingen.
  • Schrijf binnen welke termijn u een reactie verwacht.

Schrijf de klachtbrief in formeel taalgebruik.

Geachte heer, mevrouw,

… hier schrijf jij …

Bekijk het voorbeeldantwoord

Geachte heer, mevrouw, op 15 januari heb ik via uw website een bank besteld (bestelnummer 45892). De bank zou binnen twee weken worden geleverd, maar hij is pas na vier weken aangekomen. Bovendien was de bank bij aankomst beschadigd: er zat een grote scheur in de bekleding. Ik ben erg teleurgesteld over deze gang van zaken. Ik verwacht dat u de beschadigde bank kosteloos vervangt of dat ik een gedeeltelijke terugbetaling ontvang. Daarnaast zou ik graag een compensatie ontvangen voor de vertraging. Ik verzoek u om binnen tien werkdagen te reageren op deze klacht. Met vriendelijke groet.

Vier punten — mis je er één, dan is je antwoord niet volledig, ook als de rest van je Nederlands verder klopt.

B1 Zinstaak

Een boodschap doorgeven met 'dat'

Je klasgenoot Amir was gisteren niet in de les. Je hebt na afloop met de docent gepraat over het huiswerk. De docent vertelde dat jullie de opdracht vrijdag moeten inleveren.

Vul de zin aan die met 'De docent zei dat' begint. Schrijf alleen die ene zin.

Hoi Amir,

Je was gisteren niet in de les. Ik heb na afloop nog even met de docent gepraat.

De docent zei dat…

Vergeet het niet, want het telt mee voor je cijfer. Tot morgen!

Groetjes,

Bekijk het voorbeeldantwoord

Dit is alleen de ene gevraagde zin, niet het hele berichtje.

De docent zei dat we de opdracht vrijdag moeten inleveren.

Een zinstaak zoals deze wordt op twee ja/nee-punten nagekeken: geef je antwoord op wat er gevraagd werd, en is je zin grammaticaal correct? Na 'dat' gaat het werkwoord (moeten inleveren) helemaal naar het eind van de zin.

Wil je meer schrijfopdrachten, met opbouw en directe feedback op je eigen tekst? In de app vind je meer schrijfopdrachten voor A2 en B1.

Waar de beoordelaar op let

Bij schrijven telt ook of je antwoord past bij de opdracht. Hieronder lees je welke onderdelen de beoordelaar beoordeelt.

A2: formulier of vrije tekst

Vul je een formulier in, dan tellen maar drie dingen mee: heb je geantwoord, spelling en woordgebruik. Bij elke andere schrijfopdracht — een briefje, een e-mail — telt dat ook, plus grammatica en samenhang: vijf dingen in totaal.

Nul voor adequaatheid betekent nul voor de opdracht

Op zowel A2 als B1 geldt dezelfde regel: scoor je nul op "heb je gedaan wat er gevraagd werd" (adequaatheid), dan levert de rest van die opdracht ook niets meer op — hoe goed je Nederlands verder ook is. Tel daarom eerst de punten van de opdracht na, voor je aan mooie zinnen gaat werken.

B1: een langere opdracht

Het uitvoeren van de opdracht levert nul tot drie punten op, grammatica nul tot twee. Spelling, samenhang en woordgebruik leveren elk nul of één punt op, en tellen alleen mee als de opdracht daarom vraagt — bij een formulier telt samenhang bijvoorbeeld nooit mee.

B1: een zinstaak

Acht van de twaalf schrijfopdrachten op het B1-examen zijn zinstaken. Ze worden op twee ja/nee-punten nagekeken: heb je geantwoord op wat er gevraagd werd, en is de zin grammaticaal goed. Eén lange, mooie zin is niet nodig: beantwoord de vraag in een grammaticaal correcte zin of enkele zinnen.

Slagen

Je punten worden omgerekend naar een score op de officiële schaal. Voor B1 geldt: vanaf 500 ben je geslaagd voor dat onderdeel.

Bronnen: DUO's beoordelingsmodel A2 formulieren en A2 vrije tekst en correspondentie; voor B1 de CvTE-beoordelingsnormen, bijlage 1.

Het verschil dat AI-feedback maakt

In de app schrijf je zelf een Nederlandse tekst bij een opdracht. Daarna krijg je AI-feedback op je antwoord.

  • Schrijf je eigen tekst. Je reageert op realistische scenario's die de echte examentaken nabootsen, op jouw niveau (A2 of B1).
  • Feedback op je oefentekst. Je krijgt suggesties voor taakvolledigheid, woordgebruik, grammatica en spelling. Een melding dat je bent geslaagd geldt voor de oefening, niet voor het officiële examen. AI kan fouten missen of onnodige correcties voorstellen.
  • Lees, verbeter en probeer opnieuw. Een gratis account geeft je 3 oefeningen in totaal in de app. Daarna heb je een abonnement nodig om verder te oefenen. De voorbeelden op deze pagina blijven zonder account beschikbaar.

Bij elke stap kun je ook een modelantwoord bekijken nadat je zelf een poging hebt gedaan, zodat je ziet hoe een goede tekst eruitziet.

Spreken oefenen

Het spreekonderdeel lijkt op het schrijfonderdeel: je maakt zelf Nederlands, over dezelfde soort alledaagse situaties. Het verschil is dat je je antwoord hardop geeft. Gebruik de A2- of B1 Programma I-examengids en de officiële links van DUO en Staatsexamens Nt2 voor de actuele vorm, duur, materialen en beoordelingsregels.

Op A2 zijn de taken alledaags en eenvoudig: een afspraak maken, een korte vraag beantwoorden, iets simpels beschrijven. Op B1 worden de opdrachten langer, moet je je mening kunnen geven met een reden erbij, en moet je kunnen omgaan met minder voorspelbare situaties.

Voorbeeld-spreekopdrachten

Dit zijn eigen oefenactiviteiten voor je gesproken Nederlands, geen overzicht van de officiële A2- of B1-examentaaktypes. Gebruik de officiële oefenexamens om de examenvorm te leren kennen.

Oefenactiviteit Wat je doet Voorbeeld
Nazeggen Herhaal een zin die je hoort “Ik wil graag een afspraak maken”
Kort antwoord Beantwoord een eenvoudige vraag “Hoe heet u?” — geef antwoord
Beschrijven Beschrijf een situatie of plaatje Beschrijf wat je ziet
Rollenspel Reageer in een gegeven situatie “Bel de school om te zeggen dat je kind ziek is”

Probeer te beantwoorden wat er gevraagd wordt. Kun je een woord niet vinden, omschrijf dan wat je bedoelt. Zo kun je toch je boodschap overbrengen, zonder dat dit een bepaald aantal punten garandeert.

Uitspraak oefenen: een score per woord

Uitspraak is het lastigst om zelf te beoordelen — je hoort je eigen accent niet zoals een examinator dat doet. En één algemene score van "goed" of "fout" zegt je niet wát je moet bijschaven. Daarom scoort de app je gesproken Nederlands woord voor woord.

Je spreekt een Nederlandse zin in en krijgt direct een heatmap terug: woorden krijgen een kleur op basis van de uitspraakscore. Oranje en rood wijzen woorden aan die je opnieuw kunt oefenen. Dit is oefenfeedback, geen officiële examenbeoordeling van DUO of het Staatsexamen NT2. De score voorspelt niet of je voor het examen slaagt.

Elk woord dat oranje of rood is, kun je daarna apart oefenen: je hoort het woord, en spreekt dan alléén dat ene woord opnieuw in. Je kunt dan zien of de uitspraakscore verandert. Zo verandert de heatmap van een passieve uitslag in een gerichte oefenlus die je precies naar het woord brengt dat je moet bijschaven. Het is optioneel en blokkeert je voortgang nooit.

Verder oefenen

Bereid je breder voor op het inburgeringsexamen:

Veelgestelde vragen

Hoe oefen ik het schrijven voor het inburgeringsexamen? +

Je oefent schrijven door zelf korte teksten in het Nederlands te schrijven — een e-mail, een berichtje, een formulier — net als op het echte examen. Op deze pagina staan zeven eigen oefenopdrachten met een voorbeeldantwoord, en lees je waar de beoordelaars op letten. Wil je je eigen tekst laten nakijken, met directe AI-feedback op taakvolledigheid, woordgebruik, grammatica en spelling, dan doe je dat in de app.

Wat is het verschil tussen schrijven op A2 en op B1? +

A2 en B1 Programma I zijn verschillende examens. Op A2 schrijf je 4 korte, eenvoudige teksten (40 minuten, met pen op papier). Op B1 schrijf je 12 opdrachten — zinstaken, deelschrijftaken en korte teksten — in 100 minuten op de computer, waarin je langere, samenhangende teksten schrijft, een mening kunt geven en je toon afstemt op de ontvanger. Kijk in Mijn Inburgering welk examen in jouw officiële plan staat.

Hoe lang duurt het schrijfonderdeel en wat moet ik doen? +

Op A2 krijg je 40 minuten voor 4 opdrachten. Op B1 krijg je 100 minuten voor 12 opdrachten: 8 zinstaken, 2 deelschrijftaken (een kort bericht, een tekst aanvullen of een formulier) en 2 korte teksten.

Hoe wordt het schrijfonderdeel beoordeeld? +

Je teksten worden door beoordelaars van DUO gelezen. Bij langere B1-schrijfopdrachten levert het uitvoeren van de opdracht zelf nul tot drie punten op en grammatica nul tot twee; spelling, samenhang en woordgebruik leveren elk nul of één punt op en tellen alleen mee als de opdracht daarom vraagt. Op A2 tellen bij een formulier drie dingen mee (taakvolledigheid, spelling, woordgebruik) en bij elke andere opdracht vijf (plus grammatica en samenhang). Op beide niveaus geldt dezelfde regel: scoor je nul op 'heb je gedaan wat er gevraagd werd', dan is de hele opdracht nul, hoe goed je Nederlands ook verder is.

Moet ik typen of met de hand schrijven? +

Op A2 schrijf je met pen op papier. Op B1 typ je je antwoord op de examencomputer, zonder spellingcontrole — hetzelfde woordenboek als bij lezen (de Van Dale Pocketwoordenboek NT2) is wel toegestaan.

Wat moet ik doen tijdens het spreekexamen? +

De voorbeelden op deze pagina zijn oefenactiviteiten, geen overzicht van de officiële examentaaktypes. A2 inburgering en B1 Programma I hebben elk hun eigen examenvorm. Gebruik de officiële oefenexamens en de links in de examengids om te zien welke opdrachten je op jouw examen krijgt.

Wat is het verschil tussen spreken op A2 en op B1? +

A2 inburgering en B1 Programma I zijn verschillende examens. Op A2 zijn de taken alledaags en eenvoudig; op B1 zijn ze langer en minder voorspelbaar, en moet je een mening kunnen onderbouwen. Kijk in Mijn Inburgering of je PIP welk examen in jouw officiële plan staat.

Hoe wordt het spreekonderdeel beoordeeld? +

Gebruik de officiële DUO- of CvTE-pagina voor de actuele beoordelingsregels. De scores in deze app zijn oefenfeedback en geen officiële examenuitslag. Probeer te beantwoorden wat er gevraagd wordt. Als je een woord niet weet, omschrijf dan wat je bedoelt. Dat kan je helpen je boodschap over te brengen, maar garandeert geen punten.

Hoe kan ik mijn uitspraak oefenen? +

In de app spreek je een Nederlandse zin in en krijg je oefenfeedback per woord: groen, oranje of rood. Elk oranje of rood woord kun je daarna apart herhalen en kijken of de uitspraakscore verandert. Dit helpt je kiezen wat je opnieuw oefent; het is geen officiële examenbeoordeling of voorspelling.

Heb ik een account nodig om te oefenen? +

Voor deze pagina niet: de uitleg en de opdrachten lees je zonder account. Wil je je eigen tekst laten nakijken, of inspreken en je uitspraakscores per woord zien, dan open je de app — gratis om te starten. Het officiële examen boek en doe je apart via DUO (inburgeren.nl).

Begin vandaag met oefenen

Schrijf je eigen Nederlandse tekst voor A2 of B1 en krijg direct AI-feedback, of spreek een zin in en zie je uitspraak per woord. Gratis om te beginnen.