Inburgering Coach
Gratis oefentoets

Staatsexamen NT2 oefenen

Oefenen voor het Staatsexamen NT2? Hieronder staan 14 B1-grammaticavragen — het niveau van Programma I. Beantwoord de vragen en zie na elk antwoord de uitleg. Aan het eind krijg je je score. Geen account nodig.

14 oefenvragen · directe uitleg · gratis

Even eerlijk: het Staatsexamen NT2 heeft twee programma's. Programma I ligt op ongeveer B1-niveau, Programma II op ongeveer B2. Wij helpen op dit moment met Programma I / B1 — dat is het niveau van de vragen hieronder. Programma II (B2) dekken we nog niet. Twijfel je welk programma jij nodig hebt? Check dit bij DUO op inburgeren.nl of bij je opleiding/werkgever.
Score: 0

Oefenvragen ter voorbereiding. Boek het officiële examen via DUO (inburgeren.nl).

Alle 14 vragen met antwoord en uitleg

Liever lezen dan klikken? Hieronder staan alle oefenvragen, met het juiste antwoord en waarom het juist is.

  1. 1. Hoe vorm je het imperfectum (verleden tijd) van een regelmatig werkwoord?

    • ge- + stam + -t/-d
    • stam + -te(n) of -de(n)
    • stam + -en
    • stam + -t

    Imperfectum = stam + -te(n) of -de(n). Gebruik 't kofschip: eindigt de stam op t/k/f/s/ch/p, dan -te (werken → werkte); anders -de (wonen → woonde). Gebruik het imperfectum om een verhaal te vertellen; het perfectum (ik heb gewerkt) is voor recente of afgeronde acties.

  2. 2. Welke zin heeft de juiste woordvolgorde na een tijdsbepaling als 'gisteren'?

    • Gisteren ik was ziek
    • Gisteren was ik ziek
    • Ik gisteren was ziek
    • Was gisteren ik ziek

    Begint de zin met een tijdsbepaling zoals 'gisteren', dan blijft de persoonsvorm ('was') op de tweede plaats: Gisteren was ik ziek.

  3. 3. Welke zin heeft de juiste woordvolgorde in een bijzin met 'of'?

    • Ik weet niet of hij komt
    • Ik weet niet hij of komt
    • Ik weet of niet hij komt
    • Of ik weet niet hij komt

    'of' (whether) is een onderschikkend voegwoord: het werkwoord van de bijzin ('komt') gaat naar het einde. Ik weet niet of hij komt.

  4. 4. Welk voegwoord stuurt het werkwoord naar het EINDE van de bijzin?

    • maar (but)
    • hoewel (although)
    • en (and)
    • want (because)

    'hoewel' is onderschikkend, dus het werkwoord gaat naar het eind: Ik ga, hoewel ik moe ben. 'maar', 'en' en 'want' zijn nevenschikkend — normale volgorde: Ik ben moe, maar ik ga.

  5. 5. Welke zin heeft de juiste woordvolgorde in een bijzin met 'dat'?

    • Het boek dat ik lees is interessant
    • Het boek dat lees ik is interessant
    • Het boek ik dat lees is interessant
    • Het boek dat ik is lees interessant

    Na het betrekkelijk voornaamwoord 'dat' gaat het werkwoord van de bijzin ('lees') naar het einde van die bijzin: het boek dat ik lees...

  6. 6. Welke zin heeft de juiste woordvolgorde in een bijzin met 'waar'?

    • De stad waar ik woon is mooi
    • De stad waar woon ik is mooi
    • De stad ik waar woon is mooi
    • Waar de stad ik woon is mooi

    'waar' (where) verwijst naar een plaats en opent de bijzin; het werkwoord ('woon') gaat naar het einde van die bijzin: de stad waar ik woon...

  7. 7. Welke zin heeft de juiste woordvolgorde met 'om ... te'?

    • Ik leer Nederlands om een baan te vinden
    • Ik leer Nederlands om te vinden een baan
    • Ik leer om Nederlands een baan te vinden
    • Om een baan te vinden Nederlands leer ik

    Bij 'om ... te' + infinitief komt de infinitief ('vinden') helemaal achteraan, direct na 'te': ...om een baan te vinden.

  8. 8. In een 'om ... te'-zin, waar staat de infinitief?

    • Direct na 'om'
    • Helemaal achteraan, na 'te'
    • Vóór 'om'
    • De plaats verandert niet

    De infinitief komt achteraan, direct na 'te': ...om een baan te vinden, ...om Nederlands te leren.

  9. 9. Welk werkwoord neemt een kaal 'te' (zonder 'om')?

    • proberen: Ik probeer te komen
    • Alle werkwoorden hebben 'om ... te' nodig
    • Geen enkel werkwoord gebruikt 'te'
    • Alleen modale werkwoorden

    Werkwoorden als proberen, hopen, beloven, vergeten en 'van plan zijn' nemen een kaal 'te' + infinitief: Ik hoop te komen. Gebruik 'om ... te' alleen om een doel uit te drukken.

  10. 10. Welk wederkerend voornaamwoord hoort bij 'hij' en 'zij'? ('Hij voelt ___ ziek.')

    • me
    • je
    • zich
    • ons

    Wederkerende voornaamwoorden: ik → me, jij → je, hij/zij/u/zij (meervoud) → zich, wij → ons, jullie → je. Bijvoorbeeld: Hij voelt zich ziek.

  11. 11. 'De brief ___ nu geschreven' (de brief wordt op dit moment geschreven) — welk werkwoord?

    • wordt (bezig, nu)
    • is (al klaar)
    • heeft
    • gaat

    De lopende lijdende vorm gebruikt 'worden' + voltooid deelwoord: De brief wordt geschreven. De afgeronde lijdende vorm gebruikt 'zijn': De brief is geschreven.

  12. 12. Welke zin heeft de juiste woordvolgorde in de lijdende vorm?

    • De aanvraag wordt door de gemeente behandeld
    • De aanvraag door de gemeente wordt behandeld
    • De aanvraag behandeld wordt door de gemeente
    • Door de gemeente de aanvraag wordt behandeld

    'door' geeft de uitvoerder van de lijdende vorm aan; het voltooid deelwoord ('behandeld') gaat naar het einde: De aanvraag wordt door de gemeente behandeld.

  13. 13. Welke zin is een beleefd verzoek met de juiste woordvolgorde?

    • Zou u mij kunnen helpen
    • Zou u kunnen mij helpen
    • Zou mij u kunnen helpen
    • Kunnen zou u mij helpen

    'Zou u ...' is een beleefde manier om iets te vragen; de vraag begint met het werkwoord (inversie): Zou u mij kunnen helpen?

  14. 14. Welke zin heeft de juiste woordvolgorde na 'bovendien'?

    • Bovendien is het goedkoper
    • Bovendien het is goedkoper
    • Het bovendien is goedkoper
    • Is bovendien het goedkoper

    Begint een zin met 'bovendien' (moreover), dan komt het werkwoord op de tweede plaats (inversie): Bovendien is het goedkoper.

Wat is het Staatsexamen NT2?

Het Staatsexamen NT2 (Nederlands als Tweede Taal) is een officieel taalexamen voor mensen die geen Nederlands als moedertaal hebben. Het wordt afgenomen namens het College voor Toetsen en Examens, en je boekt het via DUO op inburgeren.nl — dezelfde plek als het inburgeringsexamen, maar het zijn twee verschillende examens met een verschillend doel.

NT2 kent twee programma's. Programma I ligt op ongeveer B1-niveau en is gericht op praktische, alledaagse en werkgerelateerde taal. Programma II ligt op ongeveer B2-niveau en is gericht op studie aan het hoger onderwijs. Welk programma jij nodig hebt, hangt af van waarvoor je het examen doet — check dit bij DUO of bij je opleiding.

Wij helpen op dit moment met Programma I / B1. We bieden geen oefenmateriaal voor Programma II (B2) — dat zeggen we liever hier eerlijk dan het stilzwijgend te suggereren.

Wat oefen je hier?

De vragen hierboven trainen de B1-grammatica die op Programma I het vaakst een rol speelt bij lezen en schrijven:

  • Bijzinnen — na een onderschikkend voegwoord (of, terwijl, hoewel, zodat) schuift het werkwoord naar het einde: 'Ik weet niet of hij komt.'
  • De verleden tijd (imperfectum) — stam + -te(n) of -de(n), waarbij 't kofschip bepaalt welke van de twee.
  • Betrekkelijke voornaamwoorden — 'die' en 'dat' bij personen en dingen, 'waar' bij plaatsen.
  • 'Om ... te' en kaal 'te' + infinitief — een doel uitdrukken versus werkwoorden als proberen en hopen.
  • Wederkerende werkwoorden — 'zich' bij hij/zij/u, en de andere wederkerende voornaamwoorden.
  • De lijdende vorm — 'worden' + voltooid deelwoord voor iets wat nog gebeurt, 'zijn' voor iets wat af is.
  • Beleefdheid en signaalwoorden — 'zou' voor een beleefd verzoek, en woorden als 'bovendien' die de zinsvolgorde omdraaien (inversie).

Dit is dezelfde B1-grammatica die je nodig hebt voor het inburgeringsexamen op B1-niveau. Dat is namelijk hetzelfde examen: DUO noemt de taalexamens op B1- en B2-niveau ook wel het Staatsexamen NT2. Wil je oefenen met de opdrachten zelf in plaats van met losse grammaticavragen, dan staan er lees-, schrijf- en spreekopdrachten in examenvorm op de pagina inburgeringsexamen B1 oefenen. Zit je liever op A2, of wil je de leesvaardigheid apart oefenen? Kijk dan bij lezen en grammatica oefenen (A2 en B1).

Hoe haal je er het meeste uit?

Eén oefentoets is een momentopname. De score zegt weinig; de uitleg bij de vragen die je fout had zegt alles. Lees die uitleg dus echt, en doe de toets een paar dagen later nog eens — als je dan dezelfde vraag weer fout hebt, weet je precies welke regel nog niet zit.

Combineer dit met de andere onderdelen: de voorbeeldopdrachten voor schrijven laten je dezelfde grammatica actief gebruiken in plaats van herkennen. Alle oefenexamens op deze site — schrijven, lezen, KNM en de niveautest — staan bij elkaar op het overzicht met gratis oefenexamens. Het officiële examen boek je bij DUO op inburgeren.nl, waar ook de officiële oefenexamens staan.

Veelgestelde vragen

Wat is het Staatsexamen NT2? +

Het Staatsexamen NT2 (Nederlands als Tweede Taal) is een officieel taalexamen voor mensen die geen Nederlands als moedertaal hebben en een erkend niveau Nederlands willen aantonen — bijvoorbeeld voor een vervolgopleiding, een beroep, of naturalisatie. Het is een ander examen dan het inburgeringsexamen: andere organisatie (College voor Toetsen en Examens), andere niveaus, en vaak een ander doel. Boeken doe je via DUO op inburgeren.nl.

Wat is het verschil tussen Programma I en Programma II? +

Programma I toetst Nederlands op ongeveer B1-niveau en is gericht op praktische, alledaagse en werkgerelateerde taal. Programma II ligt hoger, op ongeveer B2-niveau, en is gericht op studie aan hoger onderwijs. Welk programma je nodig hebt, hangt af van waarvoor je het examen doet — check dit bij DUO of je opleiding/werkgever voordat je gaat oefenen.

Helpt deze pagina ook voor Programma II (B2)? +

Nee, wees daar eerlijk over: onze content dekt Programma I / B1-niveau. We bieden op dit moment geen B2-oefenmateriaal voor Programma II. Moet je Programma II halen, dan is deze pagina een goede opwarmer voor je grammaticabasis, maar geen volledige voorbereiding op dat niveau.

Is NT2 hetzelfde als het inburgeringsexamen? +

Nee. Het inburgeringsexamen is verplicht voor de meeste mensen van buiten de EU die in Nederland blijven wonen, en test meestal op A2- of B1-niveau. Het Staatsexamen NT2 is een apart, breder erkend taalexamen dat ook los van inburgering gedaan kan worden — bijvoorbeeld voor toelating tot een opleiding. Sommige mensen hebben aan één van de twee genoeg, anderen moeten beide doen; check je eigen situatie via DUO of je gemeente.

Welke onderdelen heeft het Staatsexamen NT2? +

Net als het inburgeringsexamen bestaat NT2 uit de vier taalvaardigheden: lezen, luisteren, schrijven en spreken. De officiële examenvorm, tijdsduur en het boeken ervan staan op inburgeren.nl bij DUO — die informatie verandert soms en hoort daar te staan, niet hier bevroren op deze pagina.

Welke grammatica komt terug op B1-niveau (Programma I)? +

De vragen hieronder oefenen precies de grammatica die op B1 het vaakst een rol speelt: bijzinnen waarin het werkwoord naar het einde schuift (omdat, terwijl, hoewel, of, zodat), de verleden tijd (imperfectum), betrekkelijke voornaamwoorden (die/dat/waar), 'om ... te' en kaal 'te' + infinitief, wederkerende werkwoorden (zich), de lijdende vorm (worden/zijn + voltooid deelwoord), beleefdheidsvormen met 'zou', en signaalwoorden (daarom, bovendien, hoewel).

Is deze oefentoets gratis en heb ik een account nodig? +

Ja, de oefentoets is gratis en je hebt geen account nodig. Je beantwoordt de vragen direct in je browser en krijgt na elke vraag het juiste antwoord met uitleg. Een account maak je alleen aan als je verder wilt oefenen in de app.

Is dit dezelfde toets als het echte Staatsexamen NT2? +

Nee, dit zijn oefenvragen om je B1-grammatica te trainen, niet de officiële examenvragen. Het echte Staatsexamen NT2 boek je via DUO op inburgeren.nl, waar ook het officiële oefenmateriaal staat dat de vorm van het echte examen nabootst.

Waar boek ik het echte Staatsexamen NT2? +

Via DUO op inburgeren.nl. Daar vind je ook de actuele informatie over Programma I versus Programma II, kosten en de examenlocaties. Deze pagina is alleen bedoeld om je grammatica te oefenen, niet om het examen te boeken.

Oefen verder in de app

Oefen B1-grammatica met uitleg op maat, plus lezen, schrijven en spreken met directe AI-feedback. Gratis om te beginnen.