Inburgering Coach
Guide

Scheidbare werkwoorden — regels, voorbeelden en oefenen

Een scheidbaar werkwoord zoals *opbellen* gaat in een gewone hoofdzin uit elkaar: *Ik bel mijn moeder op*. Bekijk hoe dezelfde vorm verandert in een bijzin, na een modaal werkwoord en in de voltooide tijd.

Sanne de Vries Vaste auteursnaam, zie ons redactiebeleid
• Bronnen gecontroleerd op 25 okt 2026

Wat is een scheidbaar werkwoord?

Een scheidbaar werkwoord bestaat uit een werkwoord en een partikel, zoals opbellen: op is het partikel en bellen het werkwoord (Juf Melis). In een gewone hoofdzin staat het partikel vaak los van het werkwoord: Ik bel mijn moeder op (Juf Melis).

Leer het werkwoord in voorbeeldzinnen. Vraag jezelf af: staat er één persoonsvorm in de hoofdzin, staat het werkwoord in een bijzin, of staat er een modaal werkwoord zoals moeten? Die keuze helpt je de juiste vorm te maken.

De hoofdregel — waar komt het partikel?

  • Ik bel mijn moeder op.
  • Morgen bel ik mijn moeder op.
  • Bel jij je moeder op?

Let bij Morgen bel ik… op de volgorde: morgen staat vooraan, daarna komt de persoonsvorm bel, en vervolgens het onderwerp ik. Lees meer over de woordvolgorde en inversie in hoofdzinnen.

In een bijzin blijven de delen doorgaans bij elkaar en staat het werkwoord achteraan. Bijvoorbeeld: Ik weet dat ik mijn moeder opbel. Het partikel staat hier vóór de persoonsvorm bel. Een tweede voorbeeld: Omdat ik mijn moeder opbel, weet zij het nieuws.

Eén werkwoord in vijf zinsvormen

Bekijk steeds hetzelfde werkwoord: opbellen.

ZinsvormVoorbeeld
Hoofdzin, tegenwoordige tijdIk bel mijn moeder op.
BijzinIk weet dat ik mijn moeder opbel.
Met een modaal werkwoordIk moet mijn moeder opbellen.
Verleden tijdIk belde mijn moeder op.
Voltooide tijdIk heb mijn moeder opgebeld.

De tabel laat zien waar je het partikel kunt zoeken: los aan het einde van een hoofdzin, samen in een bijzin, of verbonden met de infinitief na een modaal werkwoord. Na een modaal werkwoord zoals moeten staat het andere werkwoord als infinitief achteraan: Ik moet opbellen.

Hoofdzin, bijzin en modaal werkwoord vergelijken

Vergelijk deze drie zinnen:

  1. Ik bel vanavond mijn zus op.
  2. Ik denk dat ik mijn zus vanavond opbel.
  3. Ik wil mijn zus vanavond opbellen.

De betekenis blijft in deze voorbeelden hetzelfde. Alleen de plaats en vorm veranderen. Oefen daarom met één werkwoord in verschillende zinnen, in plaats van alleen een lijst met werkwoorden uit je hoofd te leren.

Verleden tijd en voltooid deelwoord

In de verleden tijd kan het werkwoord veranderen, terwijl het partikel in de hoofdzin achteraan blijft staan: Ik belde mijn moeder op (Juf Melis). Bij veel scheidbare werkwoorden staat ge in het voltooid deelwoord tussen het partikel en het werkwoord: opbellen wordt opgebeld (Juf Melis).

Voorbeeld: Ik heb mijn moeder opgebeld. In de voltooide tijd gebruik je bij opbellen het hulpwerkwoord hebben. Bij andere werkwoorden kan zijn het hulpwerkwoord zijn; bekijk daarvoor de uitleg over hebben of zijn in de voltooide tijd.

Niet ieder voltooid deelwoord met een voorvoegsel krijgt ge op dezelfde manier. Leer daarom het voltooid deelwoord van een nieuw werkwoord ook apart (Juf Melis). Je kunt oefenen met de vorm in een zin: Gisteren heb ik mijn buurman opgebeld.

Scheidbaar of niet-scheidbaar — zo voorkom je verwarring

Een woord dat met een herkenbaar stukje begint, is niet automatisch scheidbaar. Bij scheidbare werkwoorden speelt de klemtoon een rol; het partikel krijgt vaak de nadruk. Zeg de woorden hardop en luister waar de nadruk ligt. Controleer daarna de betekenis en de vervoeging in een woordenboek of betrouwbare grammaticabron.

Vergelijk de vormen in zinnen, niet alleen de losse woorden. Bij een scheidbaar werkwoord als opbellen krijg je: Ik bel je op en Ik heb je opgebeld (Juf Melis). Als je twijfelt over een ander werkwoord, gebruik dan een voorbeeldzin en controleer of de delen in de hoofdzin uit elkaar gaan.

Veelgemaakte fouten

Fout: Ik opbel mijn moeder.

Beter: Ik bel mijn moeder op. In de gewone hoofdzin staat het partikel achteraan.

Fout: Ik denk dat ik bel mijn moeder op.

Beter: Ik denk dat ik mijn moeder opbel. In deze bijzin staat het werkwoord achteraan en staan de delen bij elkaar.

Fout: Ik moet mijn moeder opbel.

Beter: Ik moet mijn moeder opbellen. Na moeten gebruik je hier de infinitief aaneen.

Fout: Ik heb mijn moeder opgebel.

Beter: Ik heb mijn moeder opgebeld. Bij dit werkwoord staat ge tussen op en bel (Juf Melis).

Een werkwoord kan in de verleden tijd ook een andere klinker krijgen. Oefen de verleden tijd daarom samen met de juiste vorm van het werkwoord; bekijk ook deze lijst met sterke en onregelmatige werkwoorden.

Oefening — maak de zin af en controleer je antwoord

Vul de juiste vorm van opbellen in.

  1. Vanavond ___ ik mijn vader ___.
  2. Ik weet dat ik mijn vader vanavond ___.
  3. Ik wil mijn vader vanavond ___.
  4. Gisteren ___ ik mijn vader ___.
  5. Ik ___ mijn vader gisteren ___.

Antwoorden

  1. Vanavond bel ik mijn vader op.
  2. Ik weet dat ik mijn vader vanavond opbel.
  3. Ik wil mijn vader vanavond opbellen.
  4. Gisteren belde ik mijn vader op.
  5. Ik heb mijn vader gisteren opgebeld.

Controleer per zin eerst waar de persoonsvorm staat. Kijk daarna of opbellen los moet, als infinitief aaneen staat, of in de vorm opgebeld voorkomt. Je kunt dezelfde vormen oefenen in een praktische tekst, bijvoorbeeld bij een afspraak verzetten per e-mail.

Verder lezen

Veelgestelde vragen

Wanneer gaat een scheidbaar werkwoord uit elkaar?

In een gewone hoofdzin staat het partikel vaak los achteraan, zoals in *Ik bel mijn moeder op* ([Juf Melis](https://www.jufmelis.nl/werkwoordspelling/scheidbare-werkwoorden)).

Wat gebeurt er met een scheidbaar werkwoord in een bijzin?

In een bijzin blijven de delen doorgaans bij elkaar en staat het werkwoord achteraan: *Ik weet dat ik mijn moeder opbel*.

Hoe schrijf je een scheidbaar werkwoord na een modaal werkwoord?

Na een modaal werkwoord zoals *moeten* staat het scheidbare werkwoord als infinitief aaneen: *Ik moet opbellen*.

Hoe maak je het voltooid deelwoord van opbellen?

Het voltooid deelwoord is *opgebeld*: *Ik heb mijn moeder opgebeld* ([Juf Melis](https://www.jufmelis.nl/werkwoordspelling/scheidbare-werkwoorden)).

Related guides