Voegwoorden voor het schrijfexamen — want, omdat, dus en maar
Kies eerst of je een reden, gevolg of tegenstelling wilt uitdrukken. Daarna gebruik je want, omdat, dus of maar met de juiste woordvolgorde.
Met want, omdat, dus en maar verbind je zinnen: deze voegwoorden helpen je een reden, gevolg of tegenstelling uit te drukken. Controleer daarna de woordvolgorde: na want, dus en maar staat het vervolg normaal gesproken in de hoofdzinvolgorde; na omdat volgt een bijzin (Onze Taal).
De Wet inburgering 2021 geldt sinds 1 januari 2022; wie al vóór die datum inburgeringsplichtig was, valt nog onder de Wet inburgering 2013 (government.nl).
Eerst het verband kiezen — reden, gevolg of tegenstelling
Stel jezelf eerst de vraag: waarom gebeurt dit, wat gebeurt er daardoor, of welk verschil wil ik laten zien?
- Reden: Ik blijf thuis, want ik ben ziek. De tweede zin geeft de reden.
- Gevolg: Ik ben ziek, dus ik blijf thuis. De tweede zin is het gevolg.
- Tegenstelling: Ik ben ziek, maar ik ga toch naar mijn werk. Het tweede deel wijkt af van wat je misschien verwacht.
Deze voorbeelden zijn bedoeld om het verschil in betekenis te oefenen. Kijk steeds naar de hele zin: want past bij een reden, maar de volgorde van de zinnen kan veranderen hoe je het verband uitlegt. Gebruik daarom niet alleen een lijstje; vraag jezelf af wat je precies wilt zeggen.
Wil je meer soorten verbanden oefenen? Bekijk dan meer Nederlandse verbindingswoorden.
Want of omdat — hetzelfde idee, andere woordvolgorde
Met want en omdat kun je allebei een reden geven. Het verschil zit vooral in de zinsbouw.
Na want begint een hoofdzin. De persoonsvorm blijft op de gewone plek:
Ik neem een paraplu mee, want het regent.
Na omdat begint een bijzin. De woordvolgorde in die bijzin is anders:
Ik neem een paraplu mee, omdat het regent.
Let op: in deze zin staat werken na kan; na een onderschikkend voegwoord zoals omdat krijg je de volgorde van een bijzin (Onze Taal):
Ik blijf thuis, omdat ik vandaag niet kan werken.
Oefen met deze snelle controle: zoek eerst het werkwoord dat verandert als je de tijd verandert. Dat is vaak de persoonsvorm. Controleer daarna of de woordvolgorde na omdat bij een bijzin past.
Dus en maar — hoofdzin na het voegwoord
Na dus en maar gebruik je de gewone woordvolgorde van een hoofdzin. Na deze voegwoorden blijft het onderwerp vóór de persoonsvorm staan als het voegwoord midden in de zin staat:
De bus is te laat, dus ik bel mijn collega.
Ik wil graag komen, maar ik moet eerst werken.
Bij dus noemt het tweede deel vaak een gevolg. Bij maar laat het tweede deel vaak een tegenstelling zien. Lees de zin hardop en controleer of het verband klopt. Als je met dus eigenlijk een reden wilt geven, past want of omdat waarschijnlijk beter.
Woordvolgorde in één overzicht
| Wat wil je zeggen? | Voegwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Een reden | want | Ik neem water mee, want het is warm. |
| Een reden | omdat | Ik neem water mee, omdat het warm is. |
| Een gevolg | dus | Het is warm, dus ik neem water mee. |
| Een tegenstelling | maar | Het is warm, maar ik neem geen water mee. |
In de eerste, derde en vierde voorbeeldzin volgt na het voegwoord een hoofdzin met de gewone woordvolgorde. In de tweede zin volgt na omdat een bijzin met een andere woordvolgorde. Gebruik de tabel als startpunt, niet als automatische keuze: de betekenis van jouw zin bepaalt welk voegwoord past.
Komma’s en veelgemaakte fouten
Een komma kan helpen om twee delen van een langere zin duidelijk te maken. Als je twijfelt, kun je de zin korter maken of er twee zinnen van maken.
Veelgemaakte fout:
Ik blijf thuis, omdat ik ben ziek.
Verbetering:
Ik blijf thuis, omdat ik ziek ben.
Na omdat volgt een bijzin, met een andere woordvolgorde dan in een hoofdzin. Een andere fout is het verband omdraaien:
Het regent, want ik neem een paraplu mee.
Als je bedoelt dat je de paraplu meeneemt als gevolg van de regen, schrijf je:
Het regent, dus ik neem een paraplu mee.
De zin met want zou wel kunnen als je eerst de paraplu noemt en daarna uitlegt waarom je die meeneemt: Ik neem een paraplu mee, want het regent.
Uitgewerkt voorbeeld voor een schrijfopdracht
Opdracht: Schrijf een kort bericht aan je docent. Je kunt morgen niet naar de les. Leg uit waarom en vertel wat je gaat doen.
Eerst de inhoud kiezen: je kunt niet komen; de reden is dat je ziek bent; je gaat thuis uitrusten. Kies omdat voor de reden en dus voor het gevolg.
Voorbeeldantwoord:
Beste docent,
Ik kan morgen niet naar de les komen, omdat ik ziek ben. Ik heb koorts, dus ik blijf thuis en rust uit. Kunt u mij het huiswerk sturen?
Met vriendelijke groet, Samira
Controleer de tekst zin voor zin. In omdat ik ziek ben staat de woordvolgorde van een bijzin. In dus ik blijf thuis staat de persoonsvorm op de gewone plek van een hoofdzin. De vraag aan de docent maakt ook duidelijk wat Samira nodig heeft.
Je kunt ook de reden met want schrijven: Ik kan morgen niet naar de les komen, want ik ben ziek. De woordvolgorde verandert mee. De betekenis blijft hier vergelijkbaar, maar de zinsbouw is anders.
Voor meer hulp bij het opbouwen van zo’n bericht, bekijk voorbeelden en formats voor A2-schrijven. DUO beschrijft het A2-schrijfexamen als vier schrijfopdrachten, gemaakt met pen en papier (DUO).
Oefening — kies het voegwoord en verbeter de zin
Vul eerst een passend voegwoord in. Kies uit want, omdat, dus en maar. Er kan soms meer dan één antwoord passen als je de zinsvolgorde aanpast.
- Ik doe mijn jas aan, ___ het buiten koud is.
- Het is buiten koud, ___ ik doe mijn jas aan.
- Ik wil fietsen, ___ mijn band is lek.
- Ik neem de bus, ___ mijn band is lek.
Verbeter daarna deze zin:
Ik kom later, omdat de trein is vertraagd.
Antwoorden:
- Ik doe mijn jas aan, omdat het buiten koud is. Je kunt ook schrijven: Ik doe mijn jas aan, want het is buiten koud.
- Het is buiten koud, dus ik doe mijn jas aan.
- Ik wil fietsen, maar mijn band is lek.
- Ik neem de bus, want mijn band is lek. Of: Ik neem de bus, omdat mijn band lek is.
Verbeterde zin: Ik kom later, omdat de trein vertraagd is. Na omdat volgt een bijzin met een andere woordvolgorde dan in een hoofdzin.
Zelfcheck voor je je tekst inlevert
Lees je tekst nog één keer rustig door.
- Heb ik duidelijk gemaakt of ik een reden, gevolg of tegenstelling bedoel?
- Past het voegwoord bij dat verband?
- Past de woordvolgorde na omdat bij een bijzin?
- Staat na want, dus en maar de gewone hoofdzinvolgorde?
- Begrijp ik de zin als ik hem hardop lees?
Een voegwoord helpt je zinnen verbinden, maar een eenvoudig bericht met korte, duidelijke zinnen is ook goed. Je kunt je A2-schrijfwerk laten controleren of informatie over het A2-examen bekijken.
Oefen deze zinnen in de app en krijg ze gemarkeerd: https://app.inburgering.coach/.
Keep learning
Frequently asked questions
Wat is het verschil tussen want en omdat?
Beide kunnen een reden geven. Na *want* volgt een hoofdzin met de gewone woordvolgorde: *Ik blijf thuis, want ik ben ziek.* Na *omdat* volgt een bijzin met een andere woordvolgorde: *Ik blijf thuis, omdat ik ziek ben* ([Onze Taal](https://onzetaal.nl/taalloket/voegwoord)).
Waar staat de persoonsvorm na omdat?
Na *omdat* volgt een bijzin met een andere woordvolgorde dan in een hoofdzin ([Onze Taal](https://onzetaal.nl/taalloket/voegwoord)). In *Ik blijf thuis, omdat ik ziek ben* staat *ben* aan het einde van de bijzin.
Wanneer gebruik ik dus en maar?
Gebruik *dus* vaak om een gevolg te noemen en *maar* vaak om een tegenstelling te laten zien. Na beide volgt de gewone hoofdzinvolgorde, bijvoorbeeld: *Het regent, dus ik neem een paraplu mee* en *Ik wil fietsen, maar mijn band is lek* ([Onze Taal](https://onzetaal.nl/taalloket/voegwoord)).
Moet er altijd een komma voor een voegwoord staan?
Een komma kan helpen om delen van een langere zin duidelijk te maken. Kijk naar de zinsbouw en leesbaarheid.
Related guides
Guide
Inversie in het Nederlands — wanneer draai je onderwerp en werkwoord om?
Inversie betekent dat de persoonsvorm vóór het onderwerp staat. Leer hoe je inversie gebruikt na een zinsdeel vooraan, in vragen en in oefenzinnen met omdat.
Guide
Een klachtbrief aan de gemeente schrijven over geluidsoverlast
Schrijf kort wat er gebeurt, waar en wanneer u geluidsoverlast heeft, en wat u de gemeente vraagt. Bekijk een invulbaar voorbeeld op A2-niveau en pas het aan uw situatie aan.
Guide
DUO-examenlocaties — alle adressen, route en voorbereiding
DUO noemt zes plaatsen voor het inburgeringsexamen A2 en de kennisexamens: Amsterdam, Eindhoven, Rijswijk, Rotterdam (Weena 737), Utrecht en Zwolle ([DUO](https://www.inburgeren.nl/examen-doen/examenplaatsen.jsp)). Controleer vóór vertrek je oproep of Mijn Inburgering voor de gegevens van jouw afspraak.